De verschijning van shirk(afgoderij) in de gemeenschap!

De verschijning van shirk in de gemeenschap en het statuut van degene die het begaat - Shaykh Sâlih as-Suhaymî (hafidhahullâh)


(Samengevatte) vraag gelezen door Shaykh Muhammad ibn Ramzân al-Hâjirî (hafidhahullâh) :
 
"Op deze bladen staan verschillende vragen over degene die shirk begaat en wij kunnen ze niet allemaal lezen, maar ik vraag aan degenen die ze geschreven hebben om me te verontschuldigen want ik zal ze samenvatten in één vraag.
 
Ze vragen over degene die shirk begaat, het oordeel over hem, het oordeel over het dier dat hij slacht, of hij verontschuldigd wordt, over het feit met hem om te gaan, hem te huwen ...
 
Al deze vragen draaien rond dit onderwerp. Wij wensen dus van u dat u dit onderwerp in detail bespreekt. Ik weet dat u niet graag spreekt over onderwerpen waarover de mensen van kennis van mening verschillen, maar onze geleerden hebben de gewoonte dergelijke onderwerpen uitvoerig te bespreken.
 
Wij vragen dus aan Allah om ons het welslagen te schenken evenals aan u om te antwoorden op het geheel van deze vragen over degene die shirk heeft begaan."
 
Antwoord van Shaykh Sâlih as-Suhaymî (hafidhahullâh) :
 
 
De verschijning van shirk in de gemeenschap
 
Alle lof is aan Allah, de mensen gedroegen zich zoals het hoort wat betreft tawhîd op zichzelf en in het bijzonder wat betreft shirk. Zeker, de afwijking is zeer snel verschenen in de Namen en Eigenschappen en andere onderwerpen, maar wat shirk betreft, is de afwijking in bepaalde onderwerpen die hieraan verbonden zijn pas in de vierde eeuw hijrî verschenen, met het verschijnen van de dynastie der Fatimieden die in werkelijkheid de 'ubaydiyya, joodse, majûsiyya, qaddâhiyya, maymûniyya, daysâniyya dynastie was. En elk van deze bijnamen verwijst naar één zaak, want ze zijn allen volgelingen van 'Abdullâh ibn Maymûn ibn Daysân al-Qaddâh, van origine majûsiyya, joods en bâtiniyya. Hij is binnengedrongen onder de moslims en heeft beweerd dat zijn stamboom terugging tot Fâtima (radiyAllâhu 'anhâ), de dochter van de Boodschapper van Allah (sallAllâhu 'alayhi wasallam).
 
Ze hebben tijdens een periode de macht gehad over de landen van eht westen en Egypte en ze hebben er ongeloof en shirk verspreid waar enkel Allah kennis over eheft, terwijl deze landen gespaard waren van elke openbare uiting van shirk.
 
Dus sinds ze verschenen zijn, vooral na de helft van de vierde eeuw, zijn ze begonnen met het bouwen van koepels op graven, het instellen van uitgevonden feesten evenals vieringen waarover Allah geen enkel bewijs had laten neerdalen. De mensen zijn dus de inwoners van de graven beginnen verheerlijken met een verheerlijking die enkel bij Allah past.
 
Vervolgens, nadat minder dan een eeuw was voorbijgegaan, begonnen ze aanroepen te worden naast Allah, ze werden om hulp gesmeekt naast Allah, en ook het verrichten van wensen en het verwijderen van ongeluk en rampen.
 
 
De rol van de geleerden in de strijd tegen shirk
 
En een groep mensen van kennis heeft zich daartegen gekeerd, vanaf de verschijning van deze beproevingen. Vele mensen van kennis hebben hierover gesproken, en aan hun hoofd Shaykh al-Islâm Ibn Taymiyya (rahimahullâh), evenals zijn leerling Ibn al-Qayyim en ook Shaykh al-Islâm Muhammad ibn 'Abd al-Wahhâb (rahimahum Allah ajma'în), evenals talrijke geleerden. En onder hen degenen die gewaarschuwd hebben tegen het gevaar daarvan, de Hâfiz van Andalusië, de Malikî imam, Abû 'Umar Ibn 'Abd al-Barr (rahimahullâh) in zijn uitleg van al-Muwatta', en voor hem Ibn Abî Zayd al-Qayrawânî en andere geleerden van de Maghrib en van Andalusië.
 
Dus wat ik wil zeggen is dat deze afwijking niet vroegtijdig verschenen is zoals dat het geval is voor de afwijking in de Namen en Eigenschappen. Maar zoals ik gezegd heb, is ze pas na de helft van de derde eeuw verschenen, bij de komst van de dynastie van de 'Ubaydiyyûn, al-Bâtiniyyûn. En onder degenen die ook daarover gesproken hebben, is er al-Maqrîzî (rahimahullâh).
 
Sinds ze deze koepels hebben gebouwd, heeft de shirk zich verspreid onder de mensen. Ze zijn beginnen te slachten voor de inwoners van de graven, vrome eden te zweren, hen offers te brengen, hulp bij hen te zoeken, de verrichting van wensen vna hen te vragen en het verwijderen van ongeluk en rampen. En dat is vermenigvuldigd in deze tijd.
 
Eén van de tawâghît van deze tijd, onder degenen die oproepen tot de aanbidding van hun persoon, heeft gezegd : "Als je een zorg of tegenslag hebt, roep me en ik zal heel snel komen." En jullie weten dat onder de hoofden van de tawâghît zich degene bevindt die de mensen oproept om hem te aanbidden...
 
Sommigen hebben gezegd : "Wie mij gezien heeft of degene gezien heeft die mij gezien heeft, zal het Paradijs betreden." en dat is geen leugen.
 
 
Onder de voorbeelden van tawâghît van deze tijd
 
En onder de tawâghît van deze tijd ook in een land, is er één die tot de eenheid van de moslims behoorde, waarna hij zich heeft laten kennen. Hij vond dat hij aan geen enkel bevel of verbod nog onderworpen was. Hij zag de verplichting van het gebed niet, of van de zakat of van de andere religieuze verplichtingen. Hij is degene die gezegd heeft : "Hij heeft me verbijzonderd door de kennis, de soevereiniteit en de adel. Als ik zeg : 'Wees,' dan is het zonder oponthoud."
 
En dit terwijl hij de Koran met de hand heeft geschreven in een kamer samen met zijn dochter die nog steeds in leven is en die oproept naar het pad vna haar vader in één van de landen van Afrika. Hij heeft een boek genaamd "De onthulling van de geheimen" waarin er enorm veel shirk is die verder gaat dan de shirk van Fir'awn, van Abû Jahl en anderen. Hij heeft zelfs gezegd in dit boek dat in mijn bezit is, - Want ik spreek daarover met kennis. Toen ik in dat land was, heb ik enkele van zijn boeken genomen. - hij heeft gezegd dat een christelijke man het Paradijs is binnengetreden. Waarom ? Omdat hij ontucht gepleegd heeft met een vrouw die tot deze broederschap behoort. Hij is dus het Paradijs binnengetreden. Niet omwille van de ontucht, begrijp het niet verkeerd ! Maar omdat deze vrouw gezegend is, dus is hij het Paradijs binnengetreden door de zegening van de shaykh van deze broederschap ...
 
Kijk : ontucht + ongeloof + shirk + leugen over Allah + de bewering het onwaarneembare te kennen, en desondanks betreedt hij volgens hen het Paradijs. Lâ hawla wa lâ quwwata illâ billâh...
 
Terwijl dit allemaal daden zijn die de hel doen betreden. Ontucht toestaan, spreken over Allah zonder kennis, het feit dat hij christen is, de kennis over het onwaarneembare beweren te hebben en beweren dat de zegening van deze tâghût deze christen het Paradijs heeft doen betreden door zijn zegening. En ik stop daar om de situatie te beschrijven van sommigen van hen die zich toeschrijven aan de Islam.
 
 
Het statuut van de onwetende volgelingen
 
Vervolgens ga ik een zeer belangrijk punt vermelden : hij weet dat hij zich op dwaling bevindt en dat hij een leugenaar is. Er is zelfs één van onze broeders van jullie land die een keer met hem het vliegtuig had genomen en hem ondervraagd had. Hij zei hem : "O nobele shaykh." Hij liet hem denken dat hij tot zijn volgelingen behoorde, want op een keer zei hij tijdens een begrafenis : "De shaykh van die en die broederschap zit op dit moment tussen deze dode en tussen Munkar en Nakîr." Tussen de twee engelen, waarom ? Om in zijn plaats te antwoorden wanneer ze hem zullen vragen : "Wie is je Heer ? Wie is je Profeet ? Wat is je religie?" De shaykh van de broederschap zal antwoorden in zijn plaats. En dit is ernstige ongeloof uiteraard, d.w.z. dat het de ene duisternis bovenop de andere is.
 
Kennis beweren te hebben over het onwaarneembare, beweren dat de shaykh van deze verdorven broederschap zich tussen hem en tussen Munkar en Nakîr plaatst, spreken over Allah zonder kennis, dit zijn duisternissen die de ene boven de andere gestapeld zijn.
 
Deze jongeling van het goede, deze monotheïst uit Marokko, heeft hem ontmoet in het vliegtuig dat van hier naar Casablanca gaat. Hij zei hem : "O shaykh fulan, jij bent onze shaykh, enz. Maar ik wens een uitleg. Zie je niet in dat deze woorden die wij aan de mensen zeggen wanneer we hen zeggen dat de shaykh tussen de dode en Munkar en Nakîr gekomen is... Zie je niet dat het een leugen is waarmee we de mensen bespotten?" Hij zei : "Bij Allah, mijn zoon, wat je zegt, is de waarheid. Maar als we deze weg verlaten, zal het geld dat ons hierdoor bereikt stoppen." Deze persoon leent een volledig budget aan het land waarin hij zich bevindt, want het derde van het geld van zijn volgelingen is voorbehouden voor hem, onder de tuinen, vastgoed, vee, enz.
 
Wat is er na de waarheid, als het niet het valse is. De zaak is duidelijk en uitdrukkelijk voor degene die een hart heeft. Schenk aandacht terwijl je getuige bent.
 
Blijft nog over te spreken over de volgelingen die de realiteit van deze zaken niet kennen en die deze tawâghît volgen uit onwetendheid van hun kant. Ze kennen de realiteit van hun situatie niet.
 
De geleerden hebben over dit onderwerp van mening verschild voor ons. Sommigen zagen de verontschuldiging door onwetendheid en anderen zagen dat niet, want hij heeft de Koran en de Sunna gelezen. Het bewijs is dus gevestigd over hem, want ze horen de Koran en de Sunna.
 
Sommige geleerden hebben zich weerhouden en hebben gezegd dat de Koran en de Sunna nood hadden aan iemand om uitgelegd te worden en hij heeft niemand gevonden om hem de leiding van het Boek en de Sunna te verduidelijken. Dus is hij verontschuldigd of niet? Sommigen hebben gezegd dat hij verontschuldigd was en sommigen hebben zich daarin weerhouden.
 
 
Advies : discussieer niet over dit onderwerp !
 
En ik adviseer jullie om niet over deze zaak te discussiëren en elkaar onderling niet over dit onderwerp te beproeven. Laat dat over aan de grote geleerden, ze wisselen het onderling uit en verontschuldigen elkaar onderling, want elkeen heeft bijzondere bewijzen over deze zaak.
 
Hoewel ik neig naar de mening dat het gewone volk verontschuldigd is, d.w.z. degenen aan wie de waarheid niet verduidelijkt is en over wie het bewijs nog niet gevestigd is. Ik verwijt sommigen van onze broeders en onze geleerden niet die de andere mening zijn toegedaan.
 
En daarom adviseer ik jullie om daar niet over te discussiëren. Moge Allah genade schenken aan een persoon die zijn eigen waarde kent. Beproef elkaar onderling niet over dit onderwerp.
 
Hebben jullie het begrepen, mijn broeder?!
 
De zaak is zeer gevaarlijk. Je discussieert over dit onderwerp terwijl je ze niet beheerst en het is zelfs mogelijk dat degenen die groter zijn dan jij, het niet beheersen. Zij die ons voorafgegaan zijn, hebben daarover van mening verschild, dus dienen we elkaar onderling niet te beproeven over dit onderwerp.
 
Wij verwijzen hun zaken terug naar Allah, vooral degenen onder hen die dood zijn. En ik beoog daarmee degene die de realiteit van deze zaken niet kent. Wat betreft degenen die zoals deze tâghût zijn die weet dat hij een leugenaar is, deze is een ongelovige mushrik en wij hebben geen medelijden met hem.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos