Een uitleg van de Fundamenten van het Geloof.

Auteur: Shaykh Mohammed Bin Saleh Al-Uthaymeen rahiemehoellaa.

Inleiding

Voorwaar, alle Lof en Dank komen toe aan Allaah, we prijzen Hem, zoeken hulp tot Hem, en vragen Hem om vergeving. We keren ons in berouw tot Hem en zoeken toevlucht tot Allaah tegen het kwaad in onszelf en tegen de zondes in ons handelen. Eenieder die geleid wordt door Allaah kan door niemand misleid worden en een ieder die door Allaah misleid wordt kan door niemand geleid worden.

Ik getuig dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, als Enige, zonder partner of deelgenoot. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. Moge Allaah’s Zegeningen en Vredeswensen met hem zijn, zijn familie, zijn metgezellen en een ieder die hen in oprechtheid volgt.


Voor wat nu volgt:

De kennis van at-Tauwhied vormt de meest nobele kennis, van de meest grootste waarde en noodzakelijkste kennis, omdat het de kennis Allaah, Zijn Namen, Eigenschappen, en Zijn rechten op Zijn dienaren is. En deze kennis vormt de sleutel tot de weg naar Allaah, en het is het fundament voor Zijn wetgeving. Dit is ook wat de Boodschappers een unanieme eensgezindheid over hadden, om daartoe uit te nodigen. Allaah Ta’ala zegt:

“En Wij zonden geen Boodschapper voor jou (O Mohammed), behalve dat Wij aan hem openbaarden (zeggende): La ilaha illa Ana [niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden alleen ik (Allaah)], dus aanbidt Mij daarom (alleen en geen ander).” (Soerat Al-Anbieyaa 21, 25)

En Allaah heeft voor zichzelf getuigd voor al-Wahdanieyah Ook de engelen en mensen van kennis getuigen voor Zijn Wahdanieyah: “Allaah getuigt dat La ilaaha illa Hoewa (niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij), en (ook) de Engelen, en de bezitters van kennis (getuigen dit ook); (Hij houdt altijd) zijn schepping in rechtvaardigheid. La ilaaha illa Hoewa, de Almachtige, de Alwijze.” (Soerat Aal-‘Imraan 3, 18)

Gegeven deze erkenning van de status van at-Tauwhied, is het daarom een plicht voor elke moslim om juist aan deze kwestie aandacht te besteden door het te leren, onderwijzen, begrijpen, en er in te geloven, zodat hij zijn Dien op een solide fundament kan bouwen, in de meest rustige gemoedstoestand en onderwerping dat hem de juiste vruchten en resultaten zal doen opleveren.

De Dien (Religie) van de Islaam.


De Religie van de Islaam is de Dien (Religie), waarmee Allaah de Profeet Mohammed gezonden heeft. Daarmee heeft Allaah de geldigheid van alle andere religies tenietgedaan en heeft Hij de religie geperfectioneerd voor Zijn dienaren, Zijn gunsten aan hen voltooid en de religie voor hen uitgekozen – geen enkele andere religie zal van een persoon geaccepteerd worden.

Allaah de Allerhoogste, zegt: “Mohammed is niet de vader van één van de mannen onder jullie, maar hij is de Boodschapper van Allaah en de laatste der Profeten” (Soerat Al-Ahzaab 33: 40)

Hij de Allerhoogste zegt eveneens: “Vandaag heb Ik jullie religie voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn Gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islaam voor jullie als religie uitgekozen…” (Soerat Al-Maa’iedah 5: 3)

“Waarlijk, de (enige) religie bij Allaah is Al-Islaam…” (Soerat Aal-‘Imraan 3: 19)

“En wie een andere religie dan de Islaam zoekt, het zal nooit van hem geaccepteerd worden en hij zal in het Hiernamaals tot de verliezers behoren” (Soerat Aal-’Imraan 3: 85)

En Allaah, de Allerhoogste heeft het voor de gehele mensheid verplicht gemaakt om Hem daarmee te aanbidden (dwz door de Islaam aan te nemen). Allaah de Allerhoogste zegt terwijl Hij Zijn Boodschapper sallahoe `aleihie was sallem toespreekt: “Zeg (O Mohammed): ‘O mensheid! Waarlijk, ik ben de Boodschapper van Allaah voor jullie allen. (Allaah is) Degene aan Wie het Koninkrijk van de hemelen en de aarde behoort, La ilaaha illa Hoewa (niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij). Hij is het die doet leven en doet sterven. Gelooft daarom in Allaah en Zijn Boodschapper (Mohammed), de ongeletterde Profeet, die in Allaah en Zijn Woorden gelooft, en volgt hem, zodat jullie rechtgeleid worden.” (Soerat Al-A’raaf 7: 158)

Het staat vermeld in Sahieh Moeslim, overgeleverd door Aboe Hoerairah Radia Allaahoe ‘Anhoe, dat de Boodschapper van Allaah sallahoe `aleihie was sallem heeft gezegd: “Bij de Hand van Hem (Allaah) waarin het leven van de ziel van Mohammed is! Er is niemand van deze gemeenschap, of het nu een Jood of een Christen is, die van mij hoort en daarna doodgaat zonder te geloven in de Boodschap (van Tauwhied) waarmee ik ben gezonden, behalve dat hij een van de mensen van het (Helle)Vuur is. (Sahih Moeslim (1/ 93)

Het geloven in de profeet Mohammed sallahoe `aleihie was sallem is datgene bevestigen (Tasdieq) waarmee hij gekomen is met de volle aanvaarding (Qaboel) en verklaring (Id’aan), niet louter de bevestiging dat hetgeen waar hij mee gekomen is, de waarheid is (Tasdieq). Om deze reden was zelfs Aboe Taalib (de oom van de Profeet), geen gelovige in de Profeet sallahoe `aleihie was sallem ondanks dat hij hetgeen bevestigde waarmee de Profeet Mohammed sallahoe `aleihie was sallem gekomen was en dat de Islaam de beste van alle religies was (alleen hij accepteerde de boodschap niet, noch gaf hij zich eraan over en dus had hij geen Iemaan in de Profeet).

De Dien van Islaam bevat al het menselijke welzijn van de voorgaande religies. En het heeft het onderscheid ten opzichte van de voorgaande religies, dat het geschikt is voor toepassing in elk tijdperk, plaats en voor iedere volk. Allaah, de Allerhoogste zegt, terwijl Hij zijn Boodschapper sallahoe `aleihie was sallem toespreekt: “En Wij hebben aan jou (O Mohammed) het Boek (de Qor’an) in waarheid nedergezonden, dat het Geschrift dat ervoor is gekomen bevestigt en Moehaymin (betrouwbaar in hoogheid en een getuige) daarover (de oude geschriften)” (Soerat Al-Maa-iedah 5:48)

Dat de Islaam geschikt is voor toepassing in elk tijdperk, elke plaats en door ieder volk wil zeggen: dat het vasthouden eraan niet de voordelen voor een volk wegneemt in welke tijd of plaats dan ook. Het is de Islaam echter, die de zaken voor hen juist correct maakt. En het wil ook niet zeggen dat het ondergeschikt raakt aan elke tijd, plaats of tijd – zoals sommige mensen onterecht denken.

De Dien van Islaam is de religie van de waarheid. Het is de manier van leven die Allaah, de Allerhoogste, gegarandeerd heeft voor diegenen die er werkelijk aan vasthouden van Zijn Hulp en Overwinning, en dat Hij de Islaam dominant zal maken over alle andere religies.

Allaah, de Allerhoogste, zegt: “Hij is Degene Die Zijn Boodschapper (Mohammed) heeft gezonden met de Leiding en de ware religie (Islamitische Monotheïsme ) om deze laten zegevieren over alle (andere) religiën, ook al haten de Moeshrikien (polytheïsten, heidenen, afgodenaanbidders, en ongelovigen in de Eenheid van Allaah en Zijn Boodschapper Mohammed) het.” (Soerat As-Saff 61:9)

En Hij zegt ook: “En Allaah heeft degenen onder jullie beloofd die geloven en goede werken verrichten, dat Hij hen zeker op aarde als gevolmachtigden zal aanstellen, zoals Hij degenen voor hen als gevolmachtigden aanstelde, en dat Hij hun het gezag zal geven om hun religie te praktiseren die Hij voor hen heeft uitgekozen (Islaam). En Hij zal voor hen zeker na vrees veiligheid ruil geven. Zij (de gelovigen) aanbidden Mij en zij kennen Mij in niets (in aanbidding) deelgenoten toe. Maar wie hiernaar ongelovig is: zij zijn de Fasiqoen (opstandig, ongehoorzaam aan Allaah)” (Soerat An-Noer 24:55)

De Dien van Islaam is een complete religie bestaande uit zowel ‘Aqiedah (geloofsleer) als Sharie’ah (wetgeving), en het is perfect in beide. De Islaam gebiedt ons:

1. Tauwhied (het aanbidden van Allaah alléén) en verbiedt ons Shirk (het toekennen van partners naast Allaah in de aanbidding)
2. Het gebiedt ons de waarheid te zeggen en verbiedt ons om te liegen
3. Het gebiedt ons met al-‘Adl (Rechtvaardigheid) en verbiedt ons onrechtvaardigheid en onderdrukking
4. Het gebiedt ons om vertrouwenswaardig te zijn en het vertrouwenswaar niet te misbruiken.
5. Het gebiedt ons beloften na te komen en verbiedt ons deze te breken.
6. Het gebiedt ons goedheid en een goede behandeling tegenover de ouders en verbiedt ons om de ouders ongehoorzaam te zijn in datgene wat niet zondig is
7. Het gebiedt ons de banden met de familie aan te halen en verbiedt ons deze te verbreken.
8. Het gebiedt ons de buren goed te behandelen en het verbiedt het buurschap schade te berokkenen.

In het kort samengevat beveelt de Islaam alles wat goed is, van manieren tot aan moraal en verbiedt het alles wat slecht is. Zo ook beveelt het alle handelingen die rechtsschapen en goed zijn en verbiedt het alle handelingen die slecht en schadelijk zijn.

Allaah de Allerhoogste zegt: “Waarlijk, Allaah draagt op tot al-‘Adl en al-Ihsaan, en het geven aan de verwanten, en Hij verbiedt al-Fahshaa, al-Moenkar, en al-Baghie” (Soerat An-Nahl 16:90)

Arkaanoel-Islaam - De Pijlers van de Islaam

De Arkaanoel-Islaam zijn de basisfundamenten waarop de Islaam is gebouwd; het zijn er vijf, overgeleverd door Ibn ‘Umar Radia Allaahoe ‘Anhoe waarin de profeet sallahoe `aleihie was sallem heeft gezegd: “Islaam is gebouwd op vijf zaken: Dat zij Allaah één maken in aanbidding)”, en in een andere versie: “De Islaam is gebouwd op vijf: De Getuigenis dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allaah de Almachtige en dat Mohammed Zijn boodschapper is, de Salaah te onderhouden (de dagelijkse gebeden), het geven van de Zakaat, het vasten in de maand Ramadaan en het verrichten van de Hadj (naar Mekka).

Iemand zei (tegen de overleveraar )- de Hadj en dan het vasten in de maand Ramadaan? Hierop antwoordde hij (de overleveraar): Nee (eerst) het vasten in de maand Ramadaan en dan de Hadj, dit is zoals ik het heb gehoord van de Boodschapper van Allaah sallahoe `aleihie was sallem” (Hadieth Muttaffiqoen ‘aleih De tekst komt van Sahih Moeslim.)

Als eerste: De Shahaada (getuigenis) van:

La ilaaha illal laah, wa anna Muhammaddan Rassoulul laah

Is het beslissende geloof, waarmee deze Shahaadah geuit wordt met de tong, alsof iemand met zijn eigen ogen de zekerheid van zijn vastberaden overtuiging ziet. Het feit dat de Shahaada als een afzonderlijke pilaar is gemaakt, is ondanks de veelheid van zaken waarvoor is getuigd. Dit heeft te maken met de volgende (redenen):

•De Boodschapper is een brenger van informatie over Allaah, de Meest Verhevene: Om dus te getuigen en te verklaren, dat hij sallahoe `aleihie was sallem een ware dienaar van Allaah is en een brenger van de Boodschap (van Islaam), is een integraal deel van de betekenis van de Shahaada (La ilaaha illa Allaah), of

•Dat de twee getuigenissen La ilaaha illa Allaah, en Muhammad Rassoeloel Allaah, de (vereiste) fundamenten zijn van de correctheid van daden en de acceptatie ervan, aangezien de geldigheid en acceptatie van daden, niet bereikt kunnen worden zonder Al-Ikhlaas tot Allaah (oprechte toewijding van intenties tot Allaah alleen) en Mutaba’ah (het volgen) van Rasoeloel Allaah sallahoe `aleihie was sallem. Door Al-Ikhlaas wordt de Shahaadah van La ilaaha illa Allaah verwezenlijkt, terwijl door Al-Mutaba’ah van Rasoeloel Allaah, de Shahaadah dat Mohammad Zijn slaaf en Boodschapper is verwezenlijkt.

Enkele van de vruchten die worden verkregen door de verklaring van de belangrijke Shahaada omvatten: de bevrijding van het hart en de ziel van slavernij van het geschapene, en het volgen van wegen anders dan die van de Boodschappers.

Ten tweede: Betreffende het uitvoeren van de Salaat (gebeden): Het aanbidden van Allaah door het op de juiste en perfecte manier uit te voeren en op de voorgeschreven tijden.

Enkele voordelen omvatten de verruiming van de borst, tevredenheid en vreugde, en de weerhouding van het plegen van zondes en overtredingen.

Ten derde: Het geven van de Zakaat: Het toewijden van de aanbidding aan Allaah door het voorgeschreven verplichte bedrag van liefdadigheid aan te bieden, afgetrokken van de rijkdom waar de Zakaat over verplicht is.

Enkele voordelen zijn: de eigen-ik reinigen van immorele karakteristieken zoals gierigheid, en het vervullen van de behoeften van Islaam en de moslims.

Ten vierde: Het Vasten in de maand Ramadaan: Het toewijden van de aanbidding aan Allaah door je te onthouden van alles dat het vasten verbreekt gedurende de dagen van de maand Ramadaan.

Enkele voordelen zijn: Het vasten traint het eigen-ik (de ziel) om hetgeen gewild en begeerd wordt te verdragen om het genoegen van Allaah te verkrijgen.

Ten vijfde: De Hadj naar het Huis van Allaah: Is het aanbidden van Allaah door naar het Heilige Huis te gaan (Al-Ka’bah) om de rituelen van de Hadj uit te voeren.

Enkele van de voordelen omvatten: Het trainen van het eigen-ik om financiële en fysieke opofferingen in het gehoorzamen van Allaah uit te breiden. Dit is de reden waarom Hadj wordt gezien als een soort Djihaad omwille van de zaak van Allaah.

En deze voordelen die we hierboven vermeld hebben betreffende de grondbeginselen van de Islaam (en anderen die we niet hebben genoemd), maken van deze Oemmah een deugdzame en gezuiverde Islamitische Gemeenschap dat hecht aan Allaah met de Dien van Waarheid, en behandelt de schepping met rechtvaardigheid en waarheidsgetrouwheid. Deze conclusie houdt stand omdat de ware verbondenheid aan de rest van de Islamitische Wetten afhangt van de juiste uitvoerbaarheid van de bovengenoemde grondbeginselen.

De toestand van de Oemmah zal beteren en opbloeien wanneer het zich houdt aan de zaken van de Dien. En de mate van welvaart die kan ontsnappen is evenredig aan de mate van nalatigheid van juiste uitvoering van kwesties van de Dien.

Een ieder die een bewijs hiervoor zoekt, laat hem wat Allaah zegt, lezen: “En als de inwoners van de steden hadden geloofd en Taqwa (vroomheid) hadden gehad dan hadden Wij zeker voor hen zegeningen uit de hemel en de aarde geopend. Maar zij loochenden (de Boodschappers) zodat Wij hen (met een bestraffing) grepen wegens wat zij plachten te verrichten (polytheïsme en misdaad etc.). Voelden de inwoners van de steden zich er soms veilig voor, dat Onze Bestraffing in de nacht tot hen komt, terwijl zij slapen? Of voelden de inwoners van de steden zich er soms veilig voor, dat Onze Bestraffing in de ochtend tot hen komt, terwijl zij spelen? Voelen zij zich soms veilig voor het Plan van Allaah? Niemand voelt zich veilig voor het Plan van Allaah, behalve het verliezende volk.” (Soerat Al-A’raaf 7:96-99)

Laat hem eveneens de geschiedenis van diegenen die voorgingen onderzoeken want geschiedenis is een les voor mensen die nadenken, en een inzicht voor een ieder, die vrij is van een versperde barrière naar zijn hart. En alleen Allaah Zijn hulp kan worden gezocht.


De Fundamenten van het Islamitische Geloof

De Dien van Islaam, zoals hierboven beschreven, is een Dien dat ‘Aqiedah (Geloofsovertuiging) en Sharie’ah (Wetgeving) omvat, wij hebben gewezen op sommige van die wetten en hebben de Arkaan (Pijlers) vermeld die de basis van het Islamitische rechtstelsel vormen.

Met betrekking tot de ‘Aqiedah Al-Islaamieyah (het Islamitische Geloof), is de basis daarvan: Het geloven in Allaah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en Al-Qadar, het goede en het slechte ervan.

En dit wordt bewezen vanuit het boek van Allaah (de Qor’an) en vanuit de Soennah van de profeet sallahoe `aleihie was sallem.

Allaah zegt in zijn Boek: “Het is geen Al-Birr (vroomheid, oprechtheid, en elke handeling van gehoorzaamheid aan Allaah, etc) dat jullie je gezichten naar het Oosten en (of) het Westen (in gebed) wenden, maar Al-Birr is (de kwaliteit van) degene die in Allaah gelooft, De Laatste Dag, de Engelen, het Geschrift en de Profeten.” (Soerat Al-Baqarah 2:177)

Hij de Almachtige zegt over Al-Qadar: “Voorwaar, Wij hebben alle zaken geschapen volgens Qadar, en Ons bevel is slechts één, als een oogwenk.” (Soerat Al-Qamar 54:49-50)

“De profeet sallahoe `aleihie was sallem zegt als antwoord aan Djibriel (Gabriel) (`alayhies-salaam) zijn vraag naar wat Iemaan (Geloof) is: Iemaan is dat je gelooft in Allaah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en dat je gelooft in Al-Qadar, het goede en het slechte ervan.” (Verzameld door Iemaam Moeslim)

Het Geloof in Allaah, de Meest Verhevene


Het Geloof in Allaah omvat vier zaken:

Allereerst: Het Geloof in het Bestaan van Allaah:

Het bewijs voor het bestaan van Allaah wordt gevestigd door:

1- Fitrah (Natuurlijke Aanleg)
2- Al-‘Aql (Intellect)
3- Ash-Shar’a
4- Al-Hiss


1- Betreffende het Bewijs van de Fitrah voor Zijn bestaan:
Want voorwaar, Elk schepsel is geschapen in een natuurlijke staat van geloof in zijn Schepper zonder voorafgaande nadenken of onderricht. Geen enkele persoon wijkt af van wat noodzakelijk gemaakt wordt door deze Fitrah (het natuurlijke geloof in Allaah), behalve een persoon wiens hart onderworpen is geraakt aan datgene wat het doet afdwalen van zijn (natuurlijke weg van) Fitrah, zoals de Profeet sallahoe `aleihie was sallem heeft uitgelegd toen hij zei; “Elk kind wordt geboren in een staat van “Fitrah”, vervolgens maken zijn ouders van hem een Jood, Christen of een magier.” (Overgeleverd door Al-Boechaarie.)

2- Het Bewijs van Al-‘Aql (Intellect) voor het bestaan van Allaah:
Want, Alle deze schepselen, de eerste en die ernaar kwamen, moeten wel een Schepper hebben Die hen tot bestaan heeft gebracht omdat zij noch zichzelf tot bestaan kunnen brengen, noch kunnen zij per toeval tot bestaan zijn gebracht! De schepselen kunnen zichzelf niet tot bestaan hebben gebracht omdat iets niet zichzelf tot bestaan brengt als het tevoren niet bestaan heeft. Hoe kan het dan een Schepper zijn?

En het kan zichzelf ook niet per toeval tot bestaan brengen, omdat elke gebeurtenis (of nieuwigheid, etc) een veroorzaker nodig heeft. En ook omdat het bestaan ervan (van het schepsel) volgens deze zeer imponerende orde en homogene coördinatie, en wegens de coherente relatie tussen de middelen en hun oorzaken, en de schepselen met elkaar, dat het absoluut onmogelijk is dat het bestaan per toeval tot stand is gekomen.

Hetgeen geloofd wordt dat het bestaan zich per toeval heeft gevormd, dat het geen orde heeft gehad toen het gevormd werd aan het begin van het bestaan. Hoe kan het dan perfect in stand gehouden worden toen het bleef bestaan?

Dus, het is onmogelijk dat de schepselen zichzelf in bestaan hebben gebracht of dat zij per toeval in bestaan zijn gebracht, dan wordt het duidelijk dat zij een Schepper moeten hebben, en dat is Allaah, de Rabb (Heer) van de Werelden.

Allaah heeft dit bovenstaande en beslissende bewijs vermeld in Soerah At-Toer, zeggende: “Zijn zij door niets geschapen of waren zij zelf de scheppers?” (Soerat At-Toer 52:35)

Dit betekent dat zij noch zonder een schepper geschapen zijn en noch zijzelf de scheppers waren. Dan wordt het duidelijk dat de Schepper Allaah de Verhevene is.

Om die reden toen Djoebair bin Moet’im Radia Allaahoe ‘Anhoe de Profeet sallahoe `aleihie was sallem Soerah At-Toer hoorde reciteren en toen hij sallahoe `aleihie was sallem bij de Aaiyaat kwam van: “Zijn zij door niets geschapen of waren zij zelf de scheppers? Of schiepen zij de hemelen en de aarde? Nee, maar zij hebben geen stevig geloof. Of zijn de schatten van jou Heer bij hen? Of zijn zij de tyrannen met het gezag om te doen wat zij willen?” (Soerat At-Toer 52:35-37)

Djoebair, die toen een Moeshrik (polytheïst) was, gaf het volgende commentaar: “Mijn hart begon te vliegen (d.w.z. bij het horen van dit stevige argument).” (Sahieh Al-Boechaarie)

In een andere afzonderlijke overlevering, zei hij: “En dat was de eerste keer dat Iemaan zich in mijn hart nestelde.’’ (Sahieh Al-Boechaarie)

Laten we een voorbeeld geven die deze zaak nog meer verduidelijkt: Als iemand je over een loffelijk paleis verteld, omgeven door tuinen waartussen rivieren stromen, volledig gemeubileerd met bedden met allerlei gewone en luxueuse versieringen, en hij zegt dan vervolgens tegen je: “Dit paleis in al zijn perfectie, heeft zich zelf gevormd, of dat het per toeval tot bestaan is gebracht, zonder iemand die het gevormd heeft!” Je zou dan onmiddellijk zijn argument ontkennen en het verwerpen, en je zou zijn praatje als belachelijk beschouwen. (Met dit in het hoofd), is het daarom dan mogelijk dat dit universum met zijn uitgestrekte aarde, hemelen, planeten, klimaten, in wonderschone en schitterende orde, dat het zichzelf heeft geschapen?! Of dat het tot bestaan is gekomen zonder een Schepper?!

3- De Ash-Shar’a Bewijs voor het Bestaan van Allaah:
De As-Shar’a is het bewijs voor het bestaan van Allaah omdat alle geopenbaarde boeken dat verklaren. De Wetten die het welzijn aanspreken van de schepping en die zijn verschaft door deze Schriften, duiden op het bewijs dat ze afkomstig zijn van een Al-Wijze Heer Die alles Weet van het welzijn en de behoeften van Zijn Schepping. De informatie die verschaft wordt door de Geschriften over het universum en in welke ze getuigen voor hun oprechtheid, ligt bewijsvoering dat ze afkomstig zijn van (de Ene) Heer Die in Staat is om tot bestaan te brengen waar Hij al eerder over heeft ingelicht.

4- Het “Fysieke” Bewijs voor het Bestaan van Allaah omvat twee aspecten:
Eén van hen is dat wij horen en getuigen dat Allaah degenen verhoort die tot hem smeken en degenen die in ellende zitten en verdriet hebben.

Dit is een onuitgesproken bewijs voor het bestaan van Allaah de Verhevene. Hij zegt: “En herinner je Noah toen hij ons tevoren aanriep, wij verhoorden zijn smeekbede.” (Soerat Al-Anbiyaa 21:76)

Hij zegt ook: “Herinneren jullie je toen jullie om hulp smeekten bij jullie Heer en hij verhoorde toen jullie smeekbede ” (Soerat Al-Anfaal 8:9)

In Sahieh Al-Boechaarie is het overgeleverd dat Anas bin Maalik Radia Allaahoe ‘Anhoe gezegd heeft: “Eens in de levenstijd van de Profeet sallahoe `aleihie was sallem werden de mensen geteisterd met droogte. Terwijl de Profeet sallahoe `aleihie was sallem bezig was de Choetbah te leveren tijdens het vrijdagsmiddaggebed, een man stond toen op en zei: “O Allaah’s Boodschapper! Onze positie wordt vernietigd en de kinderen zijn hongerig: “Vraag alstublieft Allaah (om regen). Dus de Profeet sallahoe `aleihie was sallem hief zijn handen (smekende Allaah om regen). Op dat moment was er geen spoor van wolken in de lucht. Bij Diegene is Wiens handen mijn ziel is!, wolken verzamelden zich als bergen, en voordat hij sallahoe `aleihie was sallem neerdaalde van de preekstoel, zag ik de regen op zijn sallahoe `aleihie was sallem baard vallen. Het regende die dag, de dag erna, de dag daarna, de derde dag, de vierde dag tot aan de volgende vrijdag. Dezelfde Bedoeïenbewoner of een andere man stond op en zei: :”O Allaah’s Boodschapper! De huizen zijn ingestort, onze bezittingen en levensvoorraad zijn verdronken geraakt. Vraag Alstublieft Allaah (om de regen te stoppen). “ Dus de Profeet sallahoe `aleihie was sallem hief zijn beide handen en zei: O Allaah! Om ons heen en niet over ons.’ Dus in welke richting hij ook maar wijsde met zijn handen, verdwenen de wolken en helderden op...” ( Sahih Al-Bukhaari.)

Dat de gebeden verhoord worden van degenen die zich oprecht tot Allaah (alleen) wenden en de vereiste voorwaarden vervullen voor Idjaabah, is een zaak die tot op de dag van vandaag nog meegemaakt wordt.

Het tweede aspect is dat de Tekenen van de Profeten welke Moe’djiezaat (Wonderen) worden genoemd en wat de mensen zien of waarover ze horen, duiden op een onherroepelijk bewijs voor het bestaan van Degene die ze gezonden heeft: en dat is Allaah de Verhevene. Het zijn immers zaken die buiten de macht van de mens vallen en dat Allaah ze manifesteert om Zijn Boodschappers te helpen en te steunen. Bijvoorbeeld het Teken dat aan Moesaa gegeven werd toen Allaah hem opdroeg om met zijn staf in de zee te slaan. Hij sloeg er in en de zee splitste zich in twaalf droge wegen die gescheiden waren door water die grote bergen werden.

Allaah zegt: “Toen hebben we aan Moesaa geopenbaard (zeggende): “Sla in de zee met je stok.” En het splitste zich, en elk verschillende deel (van het zeewater) werd als een grote, stevige massa van een berg.” (Soerat Ash-Shoe’araa 26:3)

Een ander voorbeeld is het Teken dat gegeven is aan Iesaa 'alaihi assalaam (Jezus) waarmee hij in staat gesteld werd om leven te geven aan de doden en de doden tot leven te wekken vanuit hun graven met de Toestemming van Allaah. Allaah spreekt over hem en zegt: “En ik breng de doden tot leven met de Toestemming van Allaah.” (Soerat Aal-‘Imraan 3:49)

Hij zegt eveneens: “En toen jij de doden tot leven bracht met Mijn Toestemming. “ (Soerat Al-Maa-iedah 5:110)

Een derde voorbeeld is die van Mohammed sallahoe `aleihie was sallem toen de stam Qoraish hem vroeg om hem een Teken (een wonder) als teken van zijn Profeetschap) te laten zien. Hij wees toen naar de maan en (voorwaar!) het splijtte uiteen en de mensen zagen het. Aangaande dit (Teken) zegt Allaah: “Het Uur is naderbij gekomen, en maan is uiteengespleten, en als zij een teken zien zeggen zij: “Dit is een voortdurende magie.” (Soerat Al-Qamar 54:1-2)

Al deze fysische tekenen (wonderen) welke Allaah tot stand laat komen om Zijn Boodschappers te steunen duiden op een onherroepelijk bewijs voor Zijn Bestaan.


Het Geloof in de Roeboebieyah (Heerschappij) van Allaah:

Dit betekent: te geloven dat Allaah de enige Heer is zonder deelgenoot of helper.

De Rabb (Heer) is degene aan wie de Chalq (Schepping), Moelk (Heerschappij) en Amr (Gebod) behoort: Dus er is geen Schepper dan Allaah: Geen Maalik (Heerser) dan Hij, en er is geen Gebod dan het Zijne. Hij, de Verhevene, zegt:

“Voorzeker, zijn Scheppen en Bevelen aan Hem voorbehouden...” (Soerat Al-A’raaf 7:54)

Allaah zegt ook: “Dat is Allaah jullie Heer; Aan Hem behoort de Heerschappij. En degenen die jullie naast Hem aanroepen, bezitten nog geen Qitmier (het dunne membraan van een dadelsteen). (Soerat Faatier 35:13

Deze belangrijke Aaiyat is een herinnering aan hen die de doden of afwezige persoon (personen) aanroepen hulp en toevlucht tot hen zoekende, dat zij waarbij je hulp zoekt en aanroept in plaats van Allaah niet eens een Qitmier bezitten. Zij kunnen zichzelf niet helpen laat staan zij die ze aanroepen. Zij die toevlucht of bemiddeling zoeken bij de deugdzamen in hun graven hebben Allaah niet juist geacht als Degene die geeft en neemt, Degene die bepaalt en steunt, Degene die ervan houdt aangeroepen te worden, Hij Alleen, etc.

Het is niet bekend dat iemand de Roeboebieyah van Allaah heeft ontkend behalve een arrogante die niet gelooft in wat hij zegt, zoals de Pharaoh toen hij tegen zijn volk zei: “Ik ben jullie Heer, de Allerhoogste. ” (Soerat An-Nazie’aat79: 24)

En: “O leiders! Ik weet niet dat jullie een Ilaah (godheid) buiten mij hebben”. (23 Soerat Al-Qasas 28:38)

Wat hij zei was geen zaak van overtuiging. Allaah zegt: “En zij verloochenden toen (de Aaiyaat: bewijzen, verzen, lessen, tekenen, openbaringen, etc) in onrecht en in arrogantie, terwijl ze er zelf van overtuigd waren [dwz de Ayaat zijn afkomstig van Allaah, en Moesaa is de Boodschapper van Allaah in waarheid, maar zij hadden een afkeer om Moesaa te gehoorzamen, en haatten het om in zijn Boodschap te geloven van Tauwhied.] (Soerat An-Nahl. 16:14)

Allaah vertelt wat Moesaa tegen Fir’awn (de Farao) zei: “(Moesaa ) zei) “Waarlijk, jij weet dat deze tekenen door niemand anders nedergezonden zijn dan door de Heer van de hemelen en de aarde als heldere bewijzen (van Allaah’s Eenheid en Zijn Almacht etc.). En ik denk zeker dat jij, O Fir’awn gedoemd bent voor vernietiging (ver van al het goede)!” (Soerat Al-Israa’ 17:102)

Om deze reden, waren de Moeshrikien (de heidense Arabieren) gewoon om de Roeboebieyah van Allaah te erkennen ondanks dat ze Shirk pleegden in Zijn Oeloehieyah. Allaah zegt: ”Zeg: ‘Aan wie behoort de aarde en alles wat erin is? Als jullie het weten!’ Zij zullen zeggen: ‘Het behoort aan Allaah!’ Zeg: ‘Zullen jullie je dan niet laten vermanen?’ Zeg: Wie is de Heer van de zeven hemelen, en de Heer van de grootse ‘Arsh (Troon)?’ Zij zullen zeggen: ‘Allaah.’ Zeg: ‘Zullen jullie Allaah dan niet vrezen (te geloven in Zijn Eenheid, hem gehoorzamen, geloven in de Wederopstanding en Verrekening voor elke goede of slechte daad).’ Zeg: ‘In Wiens Hand is de soevereiniteit van alles (de schatten van ieder en alles)? En Degene die (alles) beschermt, tegen Wie er geen beschermer is, indien jullie het weten.’ Zij zullen zeggen: “Al dat alles behoort aan Allaah.” Zeg: Hoe dan zijn jullie bedrogen en hebben jullie je afgekeerd van de waarheid? (Soerat Al-Moe’minoen 23:84-89)

[Voetnoot OV] Als Allaah iemand redt dan kan niemand hem straffen of kwaad doen, en als Allaah iemand straft of kwaad doet dan kan niemand hem redden. [Tafsier Al-Qoertoebie, Vol.12, p.145]

Hij zegt ook: ”En voorwaar als je hen vraagt, “Wie heeft de hemelen en aarde geschapen?” Zij zullen zeker zeggen: “De Almachtige, de Alwetende heeft hen geschapen.” (Soerat Az-Zoekhroef. 43:9)

Hij zegt verder: “En als je hen vraagt wie hen geschapen heeft, zij zullen zeker zeggen: “Allaah”. Hoe zijn zij dan afgedwaald (van de aanbidding van Allaah die hen geschapen heeft)? ” (Soerat Az-Zoekhroef43:87)

Het Gebod van Allaah van ar-Rabb (Heer, Allaah) omvat beide de Kawnie (Universeel) en de As-Shar’ee (Wettelijke of Gerechtelijke) Geboden. Zoals hij de Enige is Die de zaken van het universum controleert, het Regerende zoals Hij wil en in overeenstemming met wat noodzakelijk is door Zijn Wijsheid, Hij is ook de Rechter die het regeert bij wijze van Wetgeving betreffende de Ibadaat30 en Wetten door alle Moe’aamalaat te controleren, in overeenstemming met Zijn Wijsheid.

Dus wie ook maar een wetgever naast Allaah plaatst in Ibadaat of een rechter in Mu’amalaat pleegt Shirk en wordt geen Iemaan toegeschreven.


Het Geloof in de Oeloehieyah van Allaah:

Het is het geloof dat Allaah de Enige Ware Ilaah (God) is die geen partner of deelgenoot heeft. De Ilaah betekent de Al-Ma’looh oftewel Al-Ma’bood (de aanbedene), de enige ware God die het verdient om aanbeden te worden uit liefde en verheerlijking. Allaah zegt: "En jullie Ilaah is één Ilaah, La ilaaha illa Hoewa (Niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden alleen Allaah), Ar-Rahmaan (Wiens Barmhartigheid alle dingen omvat), de Meest Genadige." (Soerat Al-Baqarah 2:163)

Hij zegt ook: “Allaah getuigt dat La ilaaha illa Hoewa (niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden dan Hij), en de engelen, en zij die kennis hebben (getuigen dit ook); Zijn schepping in Rechtvaardigheid onderhoudend. La ilaaha illa Hoewa, de Al-Machtige, de Al-Wijze." (Soerat Aal-‘Imraan 3:18)

Al hetgeen dat als een Ilaah wordt genomen buiten Allaah als een godheid, de Oeloehieyah daarvan is vals. Allaah zegt: “Dat is omdat Allaah de Waarheid is ( de enige Ware God van alles dat bestaat, Die geen deelgenoot of rivalen heeft), en degenen die zij (de polytheïsten) naast Hem aanroepen – is slechts Baatil (nutteloze valsheid). En waarlijk, Allaah is de Allerhoogste, Allergrootste.” ( Soerat Al-Hadj 22:62)

Dat ze Aaliha (godheden) worden genoemd geeft hen geen recht van Oeloehieyah. Allaah zegt, beschrijvende de heidense godheden als Al-Laat, Al-‘Uzzaa, en Mennaat dat: “Het zijn slechts namen die jullie zo genaamd hebben, -jullie en jullie vaders, -voor hetgeen Allaah geen toestemming heeft nedergezonden. ” ( Soerat An-Najm53:23)

Hij (Allaah) vertelt ons ook dat Yoesoef tegen zijn twee gevangenisgenoten gezegd heeft: “O mijn twee gevangenisgenoten! Zijn vele heren (arbaab i.e goden) beter of Allaah, de Ene, al-Qahhaar? Jullie aanbidden naast hem slechts namen die jullie genaamd (verzonnen) hebben waarvoor Allaah geen gezag heeft nedergezonden. ” (Soerat Yoessoef 12:39-40)

Om deze reden hebben de Boodschappers, moge de Salaat en Salaam van Allaah met hen zijn, steeds tegen hun respectievelijke volkeren gezegd: “Aanbid Allaah! Jullie hebben geen andere Ilaah (godheid) dan Hem.” (Soerat. 7: 59, 60, 73,85; 11: 50, 61, 84; 23:23, 32)

De Moeshrikien, echter, weigerden, en plaatsten deelgenoten als rivalen naast Allaah, om ze te aanbidden buiten Allaah, hun hulp en steun zoekende. Allaah maakte hun handelingen teniet middels twee bewijzen:

Ten eerste: Er is geen Goddelijke Kwaliteit in de godheden die zij naast Allaah aanbeden. Deze godheden zijn geschapen en kunnen niet scheppen en noch voorzien zij hun aanbidders van nut, noch kunnen zij kwaad van hen weren; ze kunnen noch leven schenken, noch kunnen zij dood veroorzaken; ze bezitten niets van de hemelen en hebben er geen aandeel in. Allaah zegt: “Ze hebben naast Allaah godheden genomen die niets hebben geschapen maar zelf geschapen zijn, en ze bezitten noch kwaad en noch zijn zij van voordeel voor zich zelf, noch om leven (te geven), noch om de doden te doen herrijzen.” (Soerat Al-Foerqaan 25:30)

Allaah zegt ook: “Zeg: (O Mohammed tegen die polytheïsten, heidenen, etc) “Roep diegenen aan die jullie als deelgenoten beschouwen naast Allaah, zij beschikken niet eens over het gewicht van een molecule, noch in de hemelen noch op aarde, noch hebben zij een aandeel in beide, noch is er een helper voor Hem van onder hen. En intercessie bij Hem heeft geen nut, behalve voor wie Hij dat toestaat. ” (Soerat Sabaa’34: 22-23)

“Maken zij deelgenoten die niet kunnen scheppen maar zelf zijn geschapen? Geen hulp kunnen ze hen geven, noch kunnen ze zichzelf helpen.” (Soerat Al-A’raaf 7:191-192)

Als dit de situatie is met die goden, om ze daarom te aanbidden naast Allaah is dat het uiterste van dwaasheid en valsheid.

Ten tweede: Die Moeshrikien waren gewend toe te geven dat Allaah Ar-Rabb (de Heer) Al-Chaaliq (de Schepper) is in Wiens Hand de Souvereiniteit van alles is en Hij Degene is Die (alles) beschermt, terwijl tegen Hem geen beschermer is. Deze bekentenis zou het noodzakelijk moeten hebben gemaakt dat Hij de Enige Ilaah is die het waardig is om aanbeden te worden (Oeloehieyah) zoals zij met Zijn Roeboebieyah gedaan hebben (toen ze Hem als hun enige ware Heer genomen hadden).

Wat dit betreft zegt Allaah: “O Mensheid! Aanbid jullie Heer (Allaah), Degene Die jullie geschapen heeft en degenen voor jullie omdat jullie Moettaqoen (Godsvreesenden) worden. Degene die jullie de aarde als een rustplaats heeft gemaakt en de hemel als een gewelf, en regen vanuit de hemel nederzendt en daarmee vruchten als een voorziening verschaft. Zet daarom geen deelgenoten tegen Allaah op (in aanbidding) terwijl jullie het weten (dat Hij de Enige is die het recht heeft om aanbeden te worden).” (Soerat Al-Baqarah 2:21-22)

Hij zegt ook:“En als je hen vraagt wie hen geschapen heeft, zij zullen zeker zeggen: “Allaah”. Hoe zijn zij dan afgedwaald (van de aanbidding van Allaah die hen geschapen heeft)?” (Soerat Az-Zoekhroef 43:87)

En Hij zegt ook: “Zeg: Wie verschaft voor jullie vanuit de hemelen en van de aarde? Of Wie bezit het gehoor en het zien? En Wie brengt de doden vanuit de levenden voort en de levenden vanuit de doden? En Wie regelt de zaken? Zij zullen zeggen: “Allaah.” Hebben jullie dan geen vrees voor de bestraffing van Allaah (door iets of iemand anders te aanbidden dan Allaah)?” Dat is Allaah, jullie Heer, in waarheid. Dus wat is er buiten de Waarheid, (dat overblijft) dan dwaling? Dus, hoe hebben jullie je dan afgewend?” (Soerat Yoenoes 10:31-32)


Het Geloof in de Namen en Sifaat (Eigenschappen) Allaah:


Dit betekent de Namen en Eigenschappen te bevestigen welke Allaah voor zichzelf bevestigd heeft in Zijn Boek en in de Soennah van Zijn Boodschapper op de manier die Hem het beste past, zonder:

Tahrief (verdraaiing van de betekenis)
Ta’tiel (ontkennen van de betekenis)
Takyief (zoeken naar de manier waarop deze zijn), of
Tamthiel (gelijkenissen stellen aan Allaah)

Allaah zegt: “En aan Allaah behoren (alle) Meest Schone Namen, dus roep Hem daarmee aan, aan verlaat het gezelschap van diegenen die Zijn Namen verloochenen of ontkennen (of een onvrome uitspraak doen die in tegenstrijd is aan Zijn Namen). Zij zullen afgerekend worden naar hetgeen zij gewend waren te doen.” ( Soerat Al-A’raaf 7:180)

Hij zegt ook: “Aan Hem behoort de hoogste gelijkenis (niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden dan Hij, en is niets gelijk aan Hem) in de hemelen en in de aarde. En Hij is de Al-Machtige, de Al-Ziende.” (Soerat Ash-Shoeraa 42:11)

Twee sektes die in dwaling zijn geraakt betreffende deze zaak:

De eerste sekte: Al-Mu’attilah, die alle of sommige van Allaah’s Namen en Eigenschappen hebben ontkend met de bewering dat het bevestigen van Allaah’s Namen en Sifaat Tashbeeh (gelijkenissen maken tussen Allaah en Zijn Schepping) noodzakelijk maakt! Deze bewering is zeker vals vanuit verschillende aspecten gezien, zoals:

Ten eerste: Het maakt verkeerde verplichtingen noodzakelijk zoals tegenstrijdigheid in de Woorden van Allaah, ver verheven is Hij boven enige imperfectie. Dit is omdat Allaah de Namen en Eigenschappen voor Zichzelf heeft bevestigd en heeft de gelijkenis van wat ook maar, met Hem ontkend. En ook al zou de bevestiging van Zijn Namen en Eigenschappen Tashbieh noodzakelijk maken, dan zou dat betekenen dat er tegenstrijdigheid aanwezig zou zijn in de Spraak van Allaah en dat het elkaar zou moeten weerleggen.

Ten tweede: Het is niet noodzakelijk dat “overeenstemming in Naam” of “in Eigenschap” tussen twee zaken dat de twee zaken dan ook gelijk aan elkaar zouden moeten zijn. Als je bijvoorbeeld twee mensen ziet in een staat van overeenstemming waarbij elk een horende, ziende en sprekende mens is. Je ziet dat dieren handen, voeten en ogen hebben. Deze overeenstemming maakt het nog niet noodzakelijk dat hun handen, voeten en ogen gelijk aan elkaar zouden moeten zijn. Als dit onderscheid in de namen en kwaliteiten van schepselen duidelijk is, dan zal het onderscheid tussen de Schepper en het geschapen nog groter zijn en nog duidelijker.

De Tweede Sekte: De Mushabbiha die de Namen en Eigenschappen van Allaah weliswaar bevestigen, maar Tashbieh maken (gelijkenissen stellen tussen Allaah en Zijn Schepping), bewerende dat dit noodzakelijk gemaakt wordt door de teksten op grond van het feit dat Allaah de ‘Ibaad (dienaren) aanspreekt op hun begripsvermogen! Een dergelijke claim is vals en wel in veel aspecten, zoals:

Ten eerste: De Mushaabah: Dat Allaah lijkt op Zijn Schepping is een vals concept dat ontkend wordt door de Shar’a alsook door het verstand. Daarom is het onmogelijk dat een valse zaak noodzakelijk gemaakt is door de Qor’aan en Soennah.

Ten tweede: Allaah sprak de mensheid aan op basis van de grondbetekenissen van Zijn Namen en Eigenschappen. Echter, de kennis van de essentie en ware aard van die betekenissen betreffende Zijn Thaat (Zelf) en Sifaat behoort uitsluitend aan Allaah alleen. Dus, als Allaah voor Zichzelf bevestigd dat Hij de Al-Horende is, dan wordt het Gehoor begrepen uit de grondbetekenis, welke het opnemen van geluiden is. Echter, de essentie van deze betekenis betreffende het Horen van Allaah de Verhevene is onbekend, omdat de essentie zelfs onder de geschapenen verschillend is. Dan is het zeker zo, dat het onderscheid tussen het horen van de geschapenen en het Horen van de Schepper veel groter en nog duidelijk is.

Het is bekend dat al Allaah over Zichzelf vermeld heeft dat Hij Istawaa ‘alaa Al-Arsh (Zetelde zich over de Troon op een manier die Zijn Godelijkheid en Koninklijke Hoogheid en Majesteitelijkheid past.) is, waarbij de Istiwaa’ volgens de grondbetekenis bekend is (wat betekent: zetelen), echter, de manier waarop (het ‘hoe’) is ons onbekend, omdat de aard van Istiwaa’ onder zijn schepselen verschillend is. De Istiwaa’ op een stevige stabiele stoel is niet hetzelfde als de Istiwaa’ op een zadel van een halsstarrige en snelafgeschrikte kameel. Wanneer dit zelfs verschillende is onder de schepselen, dan is het verschil groter en nog duidelijker voor wat betreft de Schepper en het geschapene.

Het Geloof in Allaah de Verhevene volgens wat we beschreven hebben hierboven brengt grote voordelen voort voor de gelovigen:

Ten eerste: De ware manifestatie van de Tauwhied van Allaah op een manier dat er geen andere hechting is dan iets anders buiten Hem in hoop, vrees, en aanbidding.
Ten tweede: de volledige Liefde en Verheerlijking zoals dat noodzakelijk wordt gemaakt door Zijn Meest Schone Namen en Sublieme Eigenschappen.
Ten derde: Het manifesteren van Zijn aanbidding door hetgeen te doen dat Hij opgedragen heeft en hetgeen te vermijden dat Hij verboden heeft.


Bron: http://www.selefiepublikaties.com/

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos