''Loem'atoel-I'tiqaad'' Voldoening van de Geloofsleer

Auteur: Shaykh al-Imaam Moewaffaqoed-Dien Ibn Qoedaamah al-Maqdisie (rahiemehoellaah).

INHOUDSOPGAVE:

• Voorwoord
• De overgave aan en de aanvaarding van de Verzen en de overleveringen die over de Eigenschappen gaan
• De uitspraken van de Imaams van de Voorgangers (Selef) betreffende de Eigenschappen
• Aansporing tot de Soennah en waarschuwing voor de bid'ah
• Vermelding van een aantal Verzen over de Eigenschappen
• De vermelding van een aantal overleveringen over de Eigenschappen
• De Verhevenheid van Allah
• Het Spreken van Allah - de Verhevene –
• De Qor-aan is het Woord van Allah
• De gelovigen zullen hun Heer zien op de Dag der Opstanding
• De Lotsbepaling (Qadaa) en Voorbeschikking (Qadar) van Allah
• Al-Iemaan is woord en daad
• Al-Iemaan in alles wat de Boodschapper heeft bericht
• De Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam –
• De besten der Metgezellen
• De getuigenis met het Paradijs en het Vuur
• Het tot ongelovig verklaren van de Moslims
• De rechten van de Metgezellen
• De gehoorzaamheid aan de gezaghebbers
• De vermijding van de mensen van innovaties en de vermelding van een aantal van hun groeperingen
• De onenigheid in de vertakkingen
• Slot

Voorwoord

Ash-Shaykh al-Imaam al-‘Allaamah Moewaffaqoed-Dien ‘Abdoellah ibn Ahmad ibn Qoedaamah al-Maqdisie – rahiemehoellaah - heeft gezegd:


In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle

1- Alle lof is aan Allah, de Geprezene met elke tong, de Aanbedene in elke tijd. Degene aan Wiens Kennis geen enkele plaats ontkomt, Degene Die door geen enkele zaak wordt afgeleid van een andere. Verheven is Hij boven een gelijke of een tegenhanger, en Verheerlijkt is Hij boven een gezellin of kinderen. Zijn Oordeel wordt ten uitvoer gebracht in al Zijn dienaren. Het verstand kan zich Hem niet inbeelden door middel van de gedachten, en het hart kan zich Hem niet voorstellen door middel van de afbeeldingen. Niets is zoals Hij, en Hij is de Alhorende, de Alziende [Soerah ash-Shoera 42:11].

Aan Hem behoren de Schone Namen en de Verheven Eigenschappen: de Meest Barmhartige, Die boven de Troon verheven is. Aan Hem behoort wat in de hemelen is en wat op de aarde is en wat ertussen is en wat zich onder de grond bevindt. Of jij met luide stem spreekt (of niet); voorwaar, Hij kent het geheim en het meest verborgene. [Soerah Ta Ha 20:5-7] Hij omvat alles met Zijn Kennis, Hij heeft elke geschapene onderworpen aan Zijn Macht en Oordeel, en Zijn Kennis en Barmhartigheid omvatten alle zaken: Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij kunnen Hem met kennis niet omvatten. [Soerah Ta Ha 20:11] Beschreven met de Eigenschappen die Hij aan Zichzelf heeft toegekend in Zijn Geweldige Boek, en via de tong van Zijn edele Profeet.


De overgave aan en de aanvaarding van de Verzen en de overleveringen die over de Eigenschappen gaan

2- En alles wat in de Qor-aan is gekomen of authentiek is overgeleverd van al-Moestafaa (de Uitverkorene) - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - over de Eigenschappen van de Meest Barmhartige dienen we in te geloven en te ontvangen met overgave en aanvaarding, en we dienen ons hier niet tegen te verzetten door middel van radd(1) en ta-wiel(2), en tashbieh(3) en tamthiel(4). En wat daarvan onduidelijk is, daarvan dienen we de uitspraak te bevestigen(5), en ons niet bezig te houden met de betekenis ervan. We voeren de kennis daarvan terug naar degene die deze woorden heeft geuit, en we stellen de verantwoordelijkheid bij degene die deze woorden heeft overgeleverd, daarmee de weg opvolgend van degenen die stevig gegrondvest in de kennis staan, degenen die Allah heeft geprezen in Zijn Duidelijke Boek met Zijn Woorden - Verheerlijkt en Verheven is Hij:

En degenen die stevig gegrondvest in de kennis staan, zeggen: "Wij geloven er in, alles is van onze Heer". [Soerah Aal ‘Imraan 3:7]

En Allah misprees degenen die streven naar de (verkeerde) interpretatie van dat gedeelte van de openbaring dat moetashaabih(6) is en Hij zei:

Maar degenen die in hun harten een neiging (tot valsheid) hebben, volgen datgene ervan wat moetashaabih is, om fitnah(7) te zaaien en de verborgen betekenis ervan te zoeken. Maar niemand kent de verborgen betekenis ervan behalve Allah. [Soerah Aal ‘Imraan 3:7]

Dus maakte hij het zoeken naar de verborgen betekenis een teken van de neiging tot valsheid, en vergeleek dit met het zaaien van fitnah en misprees dit. Daarna weerhield Hij hen van datgene waarop zij hoopten en verbrak hun verlangens naar datgene waarop zij doelden, met Zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

Maar niemand kent de verborgen betekenis ervan behalve Allah. [Soerah Aal ‘Imraan 3:7]
________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Radd: Het verloochenen en ontkennen.

(2) Voetnoot van de vertaler: Ta-wiel: Het verdraaien van de betekenis.

(3) Voetnoot van de vertaler: Tashbieh: Het vergelijken van de Eigenschappen van Allah met de eigenschappen van de schepping in één of meerdere opzichten.

(4) Voetnoot van de vertaler: Tamthiel: Het vergelijken van de Eigenschappen van Allah met de eigenschappen van de schepping in alle opzichten.

(5) Aanmerking: Ash-Shaykh Mohammad ibn Ibraahiem Aal ash-Shaykh - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd over de woorden van de schrijver van al-Loem'ah "daarvan dienen we de uitspraak te bevestigen":

"En wat de woorden betreft van de schrijver van al-Loem'ah, deze woorden behoren tot datgene wat er is aangemerkt in deze ‘aqiedah (geloofsleer), en hierin zijn een aantal woorden aangemerkt waarmee de schrijver is verweten; aangezien het niet onbekend is dat de madh-hab (weg) van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah is: het geloven in datgene wat bevestigd is in het Boek en de Soennah over de Namen en Eigenschappen van Allah, zowel de uitspraak als de betekenis ervan, en de overtuiging dat deze Namen en Eigenschappen werkelijk zijn en niet figuurlijk, en dat deze werkelijke (letterlijke) betekenissen hebben die bij de Majesteit en de Grootheid van Allah passen. De bewijzen daarvoor zijn teveel om op te sommen, en de betekenissen van deze Namen zijn duidelijk en bekend in de Qor-aan, net als de andere, zij bevatten geen dubbelzinnigheden, conflicten en onduidelijkheden. Want de Metgezellen van de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - namen de Qor-aan van hem over en leverden de ahaadieth van hem over, en zij ondervonden geen problematiek in iets van de betekenissen van deze Verzen en ahaadieth, omdat deze duidelijk en stellig zijn. En ook degenen na hen van de deugdzame generaties, zoals overgeleverd is van Maalik toen hij werd gevraagd over de Woorden van Allah - Verheerlijkt is Hij:

De Meest Barmhartige Die boven de Troon verheven is. [Soerah Ta Ha 20:5]

...Zei hij: "Al-Istiwaa (het verheven zijn) is bekend, de hoedanigheid is onbekend, het geloof erin is verplicht, en het vragen ernaar is een innovatie," en de betekenis daarvan is ook overgeleverd van Rabie'ah, de leraar van Maalik, en ook van Oemm Salamah, zowel marfoe' (een overlevering die aan de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - wordt toegekend) als mawqoef (een overlevering van een Metgezel). Maar wat het wezen en de hoedanigheid van de Eigenschap betreft; niemand kent deze, behalve Allah - Verheerlijkt is Hij; aangezien het spreken over de Eigenschap een vertakking is van het spreken over Degene aan Wie de Eigenschap wordt toegekend. Dus zoals niemand weet hoe Hij is, zo is het ook met Zijn Eigenschappen, en dat is de betekenis van de uitspraak van Maalik: "en de hoedanigheid is onbekend." Maar wat hetgeen betreft wat hij in al-Loem'ah heeft vermeld, dat is volgens de methodiek van al-Moefawwidah (degenen die beweren dat we de betekenissen van de Namen en Eigenschappen van Allah niet kunnen begrijpen), en die behoort tot de slechtste en meest verdorven methodieken. Maar de schrijver - moge Allah hem genadig zijn - is een Imaam in de Soennah en hij is het verst verwijderd van de methodiek van al-Moefawwidah en anderen van de innovators. En Allah weet het het beste, en de Salaah en Salaam zijn met Mohammad, zijn Metgezellen en zijn volgelingen."


Bureau van Fataawaa (328) op 28/7/1385 H., overgenomen van "Fataawaa en Essays van de Eminente Shaykh Mohammad ibn Ibraahiem", verzameld en geordend door Mohammad ibn ‘Abdir-Rahmaan ibn Qaasim.

(6) Voetnoot van de vertaler: Moetashaabih: Verzen die een onduidelijkheid bevatten en voor meer uitleg vatbaar zijn.

(7) Voetnoot van de vertaler: Fitnah heeft verschillende betekenissen, o.a.: afgoderij, rampspoed, beproevingen. Hier betekent het misleiding (zie Tafsier Ibn Kathier).


De uitspraken van de Imaams van de Voorgangers (Selef) betreffende de Eigenschappen.

3- Al-Imaam Aboe ‘Abdillaah Ahmad ibn Mohammad ibn Hanbal - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd over de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

"Waarlijk, Allah daalt neer naar de hemel van de aarde," en

"Waarlijk, Allah zal gezien worden op de Dag der Opstanding,"

en wat er op deze overleveringen lijkt:

"We geloven hierin en we houden deze voor waar, zonder hoe en zonder betekenis. We verwerpen niets hiervan, we weten dat hetgeen waar de Boodschapper mee is gekomen waarheid is en we verwerpen niets van de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam. En we beschrijven Allah niet met meer dan datgene waarmee Hij Zichzelf heeft beschreven, zonder grens en zonder limiet, "Niets is zoals Hij, en Hij is de Alhorende, de Alziende". [Soerah ash-Shoera 42:11]

We zeggen zoals Hij heeft gezegd en we beschrijven Hem met hetgeen waarmee Hij Zichzelf heeft beschreven. We overschrijden dat niet en de beschrijving van de beschrijvenden bereikt Hem niet. We geloven in de gehele Qor-aan, zowel de moehkam(1) als de moetashaabih(2) daarvan. En we verwijderen geen Eigenschap van Zijn Eigenschappen vanwege een onbehaaglijkheid (die we ondervinden ten opzichte hiervan). We overschrijden de Qor-aan en de hadieth(3) niet, en we hebben geen kennis van hoe we deze moeten begrijpen, behalve door de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - te geloven en de Qor-aan te bevestigen."

4- Al-Imaam Aboe ‘Abdillaah Mohammad ibn Idries ash-Shaafi'ie - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

"Ik geloof in Allah, en wat er is overgeleverd van Allah, volgens de bedoeling van Allah. En ik geloof in de Boodschapper van Allah, en wat er is overgeleverd van de Boodschapper van Allah, volgens de bedoeling van de Boodschapper van Allah."

5- En dit is de weg die de Selef (Voorgangers) en de Imaams van de Khelef (nakomers) - moge Allah tevreden met hen zijn - hebben bewandeld. Zij waren het allen eens over het erkennen, aannemen en bevestigen van hetgeen is overgeleverd van de Eigenschappen in het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Boodschapper, zonder te zoeken naar de interpretatie hiervan.

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Moehkam: Verzen waarvan de betekenis duidelijk en helder is.

(2) Voetnoot van de vertaler: Moetashaabih: Verzen die een onduidelijkheid bevatten en voor meer uitleg vatbaar zijn.

(3) Voetnoot van de vertaler: Hadieth: Overlevering van een uitspraak, handeling of goedkeuring van de Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.



Aansporing tot de Soennah en waarschuwing voor de bid'ah

6- We zijn waarlijk bevolen om hun sporen op te volgen en hun licht als leiding te nemen, we zijn gewaarschuwd voor de vernieuwingen en we zijn bericht dat deze tot de dwalingen behoren. De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Houd jullie vast aan mijn Soennah en de Soennah van de rechtschapen en rechtgeleide kaliefen na mij. Bijt hier stevig in vast met jullie kiezen, en pas op voor de vernieuwde zaken, want waarlijk, elke vernieuwing is een innovatie, en elke innovatie is een dwaling."

7- ‘Abdoellah ibn Mas'oed - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

"Volg op en innoveer niet, want waarlijk, jullie zijn voldaan."

8- ‘Oemar ibn ‘Abdil-‘Aziez - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft een uitspraak gedaan waarvan de betekenis als volgt is:

"Stop waar de mensen (de Metgezellen) zijn gestopt, want waarlijk, zij zijn uit kennis gestopt en zij hebben zich met een diep inzicht onthouden. Zij waren vaardiger in het ontdekken hiervan en als er een voordeel in zou zitten, dan waren zij hiermee voor geweest. En als jullie zeggen: het is na hen geïntroduceerd, dan heeft niemand dit geïntroduceerd dan hij die tegenstrijdig is aan hun Leiding en zich afkeert van hun Soennah. Wat zij ervan beschreven hebben, is toereikend en wat zij erover gezegd hebben, is voldoende. Wie hen overschrijdt, is een smachter (naar het valse), en wie hen onderdoet, is een tekortkomer. Er zijn mensen die hen hebben ondergedaan waarop zij nalatig waren, en anderen hebben hen overschreden waarop zij overdreven, en waarlijk, zij bevinden zich hiertussen op een rechte Leiding."

9- Al-Imaam Aboe ‘Amr al-Awzaa'ie - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

"Houd je vast aan de overleveringen van degenen die voor zijn gegaan (selef), al word je geweigerd door de mensen. En wees op je hoede voor de meningen van de mensen, al versieren zij deze voor je met hun woorden."

10- Mohammad ibn ‘Abdir-Rahmaan al-Adramie zei tegen een man die een innovatie verkondigde en de mensen hiertoe opriep:

"Hadden de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, en Aboe Bakr, ‘Oemar, ‘Oethmaan en ‘Alie hier kennis van of niet?" Hij zei:

"Ze hadden hier geen kennis van." Al-Adramie zei:

"Iets waarvan zij geen kennis hadden, heb jij daar wel kennis van?" De man zei:

"Dan zeg ik: "Zij hadden hier wel kennis van." Al-Adramie zei:

"Was het voldoende voor hen om hier niet over te spreken en de mensen hier niet toe op te roepen, of was het niet voldoende voor hen?" Hij zei:

"Welzeker, het was voldoende voor hen." Al-Adramie zei:

"Iets dat voldoende was voor de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en zijn kaliefen, is dat niet voldoende voor jou?"

Toen hield de man op, waarop de kalief die aanwezig was, zei:

"Moge Allah het niet verruimen voor degene die niet voldaan is met hetgeen dat voldoende was voor hen."

11- En zo, moge Allah het niet verruimen voor degene die niet voldaan is met hetgeen dat voldoende was voor de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, zijn Metgezellen, degenen die hen op de beste manier volgden, de Imaams na hen en degenen die stevig in de kennis gegrondvest staan, van het reciteren van de Verzen over de Eigenschappen, het lezen van de berichten hierover en het aannemen hiervan zoals het is gekomen.


Vermelding van een aantal Verzen over de Eigenschappen

12- Van hetgeen dat is gekomen van de Verzen over de Eigenschappen zijn de Woorden van Allah - de Verhevene:

En het Gezicht van jouw Heer blijft. [ Soerah ar-Rahmaan 55:27 ]

En zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

Welnee, Zijn Beide Handen zijn wijd uitgestrekt. [Soerah al-Maa-idah 5:64]

En Zijn Woorden - Verheven is Hij - waarin Hij bericht over ‘Iesa(1) - ‘alayhis-salaam - dat hij gezegd heeft:

U weet wat in mijn nafs(2) is en ik weet niet wat in Uw Nafs(3) is. [Soerah al-Maa-idah 5:116]

En Zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

En jouw Heer komt. [Soerah al-Fadjr 89:22]

En Zijn Woorden - Verheven is Hij:

Wachten zij dan op iets anders dan dat Allah tot hen komt. [Soerah al-Baqarah 2:210]

En Zijn Woorden - Verheven is Hij:

Allah is tevreden met hen en zij zijn tevreden met Hem. [Soerah al-Maa-idah 5:119]

En Zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

die Hij liefheeft en die Hem liefhebben. [Soerah al-Maa-idah 5:54]

En Zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

En de Woede van Allah rust op hen. [Soerah al-Fath 48:8]

En Zijn Woorden - Verheerlijkt is Hij:

Zij volgden dat wat de Toorn van Allah opwekte. [Soerah Mohammad 47:28]

En Zijn Woorden - Verheven is Hij:

Allah had een afkeer van hun vertrek. [Soerah at-Tawbah 9:46]

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: ‘Iesa: De Profeet Jezus. En: alayhis-salaam: De Salaam van Allah rust op hem.

(2) Voetnoot van de vertaler: Nafs: Innerlijk, wezen.

(3) Voetnoot van de vertaler: hier wordt het Wezen van Allah mee bedoeld (Zie Sharh al-Arba'ien an-Nawawiyyah van ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn - onder hadieth nr. 24).


De vermelding van een aantal overleveringen over de Eigenschappen

13- En uit de Soennah: de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

"Onze Heer - Gezegend en Verheven is Hij - daalt elke nacht neer naar de hemel van de aarde."(1)

En zijn woorden - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

"Jouw Heer is verbaasd over de jongeman die geen sabwah(2) heeft."(3)

En Zijn woorden:

"Allah lacht naar twee mannen van wie de één de andere doodt, en daarna beiden het Paradijs betreden."(4)

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.

(2) Voetnoot van de vertaler: Sabwah: Neiging naar de begeerte, en dat is dat de natuurlijke aard van de jongeman hem ertoe aanzet om de begeerten en verlangens van de nafs (ziel, innerlijk) te bevredigen. Wanneer hij zichzelf hier dus van weerhoudt met de vastberadenheid om weg te blijven het kwade, uit vrees voor Allah en hoop op datgene wat bij Hem is - en zij zijn weinig, dan is dat een aanleiding voor de verbazing en verdient dat een geweldige beloning.

(3) Da'ief (zwak). Overgeleverd door Ahmad (4/151), Aboe Ya'laa in zijn Moesnad (3/288/1749) en Ibn ‘Adie in al-Kaamil (4/147), en zijn ketting bevat Ibn Loehay'ah en hij is zwak. Al-Albaanie heeft deze overlevering zwak verklaard in "ad-Da'iefah" (2426). Maar de Eigenschap van Allah ‘Verbazing' wordt toch bevestigd door de hadieth overgeleverd in Sahieh al-Boekhaarie (4889) op het gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei:

"Allah was waarlijk verbaasd over - of Hij lachte naar deze man en deze vrouw (die een goede daad verrichtten door de gast van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - van voedsel te voorzien)."

Dus openbaarde Allah:

Zij gaven hen voorrang boven zichzelf, ook al hadden zij daar zelf behoefte aan. [Soerah al-Hashr 59:9]

(4) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim



De Verhevenheid van Allah

14- Deze (overleveringen) en wat er op lijkt van datgene waarvan de overleveringsketen authentiek is en de overleveraars betrouwbaar zijn, hierin geloven we en we verwerpen het niet, noch ontkennen we deze, noch interpreteren we deze met een interpretatie die tegenstrijdig is aan de directe betekenis ervan, noch vergelijken we deze met de eigenschappen van de schepsels, noch met de kenmerken van de degenen die tot stand zijn gebracht. En we weten dat Allah - Verheven is Hij - geen gelijke heeft en geen overeenkomende. Niets is zoals Hij, en Hij is de Alhorende, de Alziende. [Soerah ash-Shoera 42:11]

En alles wat met het verstand wordt ingebeeld of in de gedachte opkomt, Allah - de Verhevene - is het tegenovergestelde daarvan.

15- En daartoe behoren Zijn Woorden - Verheven is Hij:

De Meest Barmhartige Die boven de Troon verheven is. [Soerah Ta Ha 20:5]

En Zijn Woorden - Verheven is Hij:

Voelen jullie je veilig voor Degene Die boven de hemel is. [Soerah al-Moelk 67:16]

En de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:

"Onze Heer, Allah, Die boven de hemel is, Heilig is Uw Naam."(1)

En hij vroeg de slavin:

"Waar is Allah?"

Waarop zij antwoordde:

"Boven de hemel."

Daarop zei hij:

"Bevrijd haar, want voorwaar, zij is een gelovige."

Overgeleverd door Maalik ibn Anas, Moeslim en andere Imaams.

16- En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei tegen Hoesayn:

"Hoeveel goden aanbid je?"

Hij (Hoesayn) antwoordde:

"Zeven: zes op aarde en Eén boven de hemel."

Hij (de Profeet) zei:

"Voor wie is je verlangen en je vrees?"

Hij (Hoesayn) antwoordde:

"Voor Degene Die boven de hemel is."

Hij (de Profeet) zei:

"Laat de zes en aanbid Degene Die boven de hemel is, en ik zal je twee smeekbeden leren."

Daarop trad hij toe tot de Islaam, en de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - leerde hem het volgende te zeggen:

"O Allah, schenk me Leiding en bescherm me tegen het kwaad in mijzelf." (2)

17- En van hetgeen is overgeleverd in de voorgaande boeken betreffende de tekenen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en zijn Metgezellen, is dat "ze neerknielen op aarde, en beweren dat hun God boven de hemel is".(3)

18- Aboe Daawoed heeft in zijn Soenan overgeleverd dat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - gezegd heeft:

"Voorwaar, de afstand tussen de ene hemel en de andere is zoveel en zoveel,"

En hij ging verder tot aan zijn woorden:

"En daarboven is de Troon, en Allah - Verheerlijkt is Hij - is daarboven."

19- Dit en wat hier op lijkt behoort tot datgene waarover de Selef - moge Allah hen genadig zijn - eenstemmigheid hadden om deze te overleveren en aan te nemen. En zij hebben deze niet verworpen, noch hebben zij ta-wiel(4), tashbieh(5) of tamthiel(6) gedaan.

20- Al-Imaam Maalik ibn Anas - moge Allah hem genadig zijn - werd gevraagd:

"O, Aboe ‘Abdillaah! "De Meest Barmhartige Die boven de Troon verheven is", hoe is Hij verheven?"

Daarop antwoordde hij:

"Al-Istiwaa (de Verhevenheid) is niet onbekend, de hoedanigheid is onbevattelijk, het geloven erin is verplicht en het vragen ernaar is een innovatie".

Toen stelde hij iemand aan over de man en hij werd weggestuurd.


________________________________________

(1) Da'ief (zwak). Overgeleverd door Aboe Daawoed (3892), an-Nasaa-ie in "'Amal al-Yawm wal-Laylah" (1037), al-Haakim (1/344, 4/218, 219), al-Bayhaqie in "al-Asmaa was-Sifaat" (2/327/892), ad-Daarimie in "ar-Radd ‘alal-Mariesie" (blz.104), al-Laalakaa-ie in "Sharh Oesoel al-I'tiqaad" (3/388, 389), Ibn Hibbaan in "al-Madjroehien" (1/108), Ibn ‘Adie in "al-Kaamil" (3/1054), Ibn Qoedaamah in "al-‘Oeloeww" (18) en zijn keten bevat Ziyaad ibn Mohammad al-Ansaarie en hij is erg zwak. Ibn Hibbaan zei: "Zijn overleveringen zijn erg moenkar (d.w.z. zijn op zichzelf niet authentiek en spreken andere authentieke ahaadieth tegen), hij levert moenkar ahaadieth over van de bekende overleveraars en verdient daarom om niet geaccepteerd te worden." De hadieth is ook overgeleverd door Ahmad (6/20-21) met een keten die Aboe Bakr ibn Abie Maryam bevat en hij is zwak, haalt overleveringen door elkaar en zijn leraren zijn onbekend, en Allah weet het het beste.

(2) Da'ief (zwak). Overgeleverd door Ibn Qoedaamah in "al-‘Oeloeww" (19), adh-Dhahabie in "al-‘Oeloeww lil-‘Alie al-Ghaffaar" (blz. 33, 34) en Ibn Khoezaymah in "at-Tawhied" (blz. 120-121) en zijn keten bevat ‘Imraan ibn Khaalid ibn Talieq. Ad-Daaraqoetnie zei over hem: "Hij is niet sterk," zoals in "Lisaan al-Miezaan" (2/379) staat.

(3) Voetnoot van de vertaler: Ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn - zegt in Sharh Loem'atil-I'tiqaad: "Deze overlevering is niet juist, omdat:
1. hij geen overleveringsketen bevat
2. het geloven in de Verhevenheid van Allah en het knielen voor Hem niet specifiek voor deze gemeenschap is, en datgene wat niet specifiek is, kan geen teken zijn
3. hier het woord "beweren" wordt gebruikt en dat is geen aanprijzing, want "beweren" wordt meestal gebruikt voor datgene waar twijfel over bestaat."

(4) Voetnoot van de vertaler: Ta-wiel: Het verdraaien van de betekenis.

(5) Voetnoot van de vertaler: Tashbieh: Het vergelijken van de Eigenschappen van Allah met de eigenschappen van de schepping in één of meerdere opzichten.

(6) Voetnoot van de vertaler: Tamthiel: Het vergelijken van de Eigenschappen van Allah met de eigenschappen van de schepping in alle opzichten.


Het Spreken van Allah - de Verhevene –

21- En tot de Eigenschappen van Allah behoort dat Hij spreekt met Woorden die preëxistent(1) zijn, Hij laat deze horen aan wie Hij wil van Zijn schepping. Moesa(2) - ‘alayhis-salaam - heeft deze van Hem gehoord zonder tussenpersoon, Djibriel(3) - ‘alayhis-salaam - heeft deze gehoord, evenals degenen die Hij toestemming heeft gegeven van zijn Engelen en Boodschappers.

22- Hij - Verheerlijkt is Hij - zal tot de gelovigen spreken in het Hiernamaals en zij zullen tot Hem spreken. Hij zal hun toestemming geven en zij zullen Hem bezoeken.

Allah - de Verhevene - zegt:

En Allah sprak direct tot Moesa. [Soerah an-Nisaa 4:164]

En Hij - Verheerlijkt is Hij - zegt:

O Moesa, voorwaar, Ik heb jou uitverkoren boven de mensen met Mijn Boodschap en met Mijn Woorden. [Soerah al-A'raaf 7:144]

En Hij - Verheerlijkt is Hij - zegt:

Onder hen zijn er tot wie Allah gesproken heeft. [Soerah al-Baqarah 2:253]

En Hij - Verheerlijkt is Hij - zegt:

En het past de mens niet dat Allah tot hem spreekt, behalve door middel van een openbaring of van achter een scherm. [Soerah ash-Shoera 42:51]

En Hij - Verheerlijkt is Hij - zegt:

En toen hij daar aankwam, werd hij geroepen: "O Moesa! Voorwaar, Ik ben jouw Heer. [Soerah Ta Ha 20:11-12]

En Hij - Verheerlijkt is Hij - zegt:

Voorwaar, Ik ben Allah, er is geen ware god dan Ik, aanbid Mij dus. [Soerah Ta Ha 20:14]

En het is voor niemand toegestaan dit te zeggen behalve Allah.

23- ‘Abdoellah ibn Mas'oed - moge Allah tevreden zijn met hem - heeft gezegd:

"Wanneer Allah met de openbaring spreekt, wordt Zijn Stem gehoord door de bewoners van de hemel."(4)

En dit is ook van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - overgeleverd.

24- ‘Abdoellah ibn Anies heeft overgeleverd dat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei:

"Allah zal de schepsels op de Dag der Opstanding naakt, blootsvoets, onbesneden en zonder kleding verzamelen, en Hij zal hen aanroepen met een Stem die gehoord zal worden door degenen die ver weg zijn en degenen die dichtbij zijn:

"Ik ben de Koning
(al-Malik), Ik ben de Vergelder (ad-Dayyaan)."


Overgeleverd door de Imaams, en al-Boekhaarie vermeldde hem als getuige.(5)

25- En in sommige overleveringen staat dat: "Moesa - ‘alayhis-salaam - in de nacht dat hij het vuur zag en hierdoor afgeschrikt en beangstigd werd, zijn Heer hem aanriep:

"O Moesa!"

Dus antwoordde hij haastig, vertrouwd met de Stem, zeggende:

"Hier ben ik! Hier ben ik! Ik hoor Uw Stem, maar ik zie Uw plaats niet, waar bent U?"

Hij (Allah) zei:

"Ik ben boven je, voor je, rechts van je en links van je."

Dus wist hij dat deze eigenschap alleen bij Allah - de Verhevene - past, en zei:

"Zo bent U, mijn God. Zijn het Uw Woorden die ik hoor of de woorden van Uw Boodschapper?"

Hij (Allah) zei:

"Neen, het zijn Mijn Woorden, o Moesa." (6)


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Preëxistent betekent dat Allah altijd al heeft gesproken en altijd zal spreken. Het Spreken is niet iets wat op een bepaald tijdstip heeft plaatsgevonden, en daarvoor niet bestond (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).

(2) Voetnoot van de vertaler: Moesa - ‘alayhis-salaam: De Profeet Mozes.

(3) Voetnoot van de vertaler: Djibriel - ‘alayhis-salaam: De Engel Gabriël.

(4) Sahieh (authentiek), zowel marfoe' (een overlevering die aan de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - wordt toegekend) als mawqoef (een overlevering van een Metgezel). Wat de mawqoef betreft, die is overgeleverd door Ibn Khoezaymah in "at-Tawhied" (blz. 146, 147), at-Tabarie in zijn tafsier (22/90), ‘Abdoellah ibn Ahmad in "as-Soennah" (537) en al-Bayhaqie in "al-Asmaa was-Sifaat" (1/506/432) en de regelgeving van deze overlevering is marfoe', omdat zoiets niet uit eigen opinie wordt gezegd. En wat de marfoe' betreft, die is overgeleverd door Aboe Daawoed (4738), Ibn Khoezaymah in "at-Tawhied" (blz. 95-96), al-Aadjoerrie in "ash-Sharie'ah" (blz. 294), al-Bayhaqie in "al-Asmaa was-Sifaat" (1/541/433) en al-Boekhaarie vermeldde hem als getuige zoals in "al-Fath" (13/456) staat. Al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in Sahieh Soenan Abie Daawoed.

(5) Hasan (goed). Overgeleverd door al-Boekhaarie in "al-Adab al-Moefrad" (970) en in "Khalq Af'aal al-‘Ibaad" (463), Ahmad (3/495), al-Bayhaqie in "al-Asmaa was-Sifaat" (1/196/131), Ibn Abie ‘Aasim in "as-Soennah" (514), al-Haakim (2/437-438) die hem sahieh (authentiek) verklaarde en adh-Dhahabie was het er mee eens. Al-Albaanie zei in zijn revisie van "as-Soennah" (514):"Het is een authentieke hadieth."

(6) Aanmerking: Het verhaal dat de auteur vermeldde over Moesa - ‘alayhis-salaam - in de nacht dat hij het vuur zag, heeft geen vastgestelde overleveringsketen en is duidelijk vals; omdat in de authentieke teksten niet is overgeleverd dat Allah rechts en links is, en Allah weet het het beste.


De Qor-aan is het Woord van Allah

26- En tot de Woorden van Allah - Verheerlijkt is Hij - behoort: de Geweldige Qor-aan. Het is het duidelijke Boek van Allah en Zijn stevige touw. Het is Zijn rechte pad en de neerzending van de Heer der Werelden. De Getrouwe Geest (Djibriel) daalde er mee neer op het hart van de Meester der Boodschappers, in een duidelijke Arabische taal. Hij is neergezonden en niet geschapen. Van Hem begon hij en tot Hem zal hij terugkeren.

27- Hij bestaat uit nauwkeurige hoofdstukken, duidelijke Aayaat (Verzen), letters en woorden. Wie hem op de juiste manier reciteert, zal voor elke letter tien goede daden hebben. Hij heeft een begin en een eind, en bestaat uit secties en delen. Hij wordt gereciteerd door de tongen, gememoriseerd in de harten, beluisterd door de oren en opgetekend in de geschriften. Hij bestaat uit moehkam(1) en moetashaabih(2), naasikh(3) en mansoekh(4), algemeen en specifiek, geboden en verboden.

De valsheid raakt hem niet, niet van voren en niet van achteren. Een neerzending van de Alwijze, de Geprezene. [Soerah Foessilat 41:42]

Zeg: "Als de mensen en de djinn(5) zich zouden verzamelen om het gelijke van deze Qor-aan voort te brengen, dan kunnen zij niet met het gelijke daaraan komen, zelfs als zij elkaar tot hulp zouden zijn." [Soerah al-Israa 17:88]

28- En het is dit Arabische Boek waarover de ongelovigen zeiden:

Wij zullen nooit in deze Qor-aan geloven. [Soerah Saba 34:31]

En één van hen zei:

Dit is slechts het woord van een mens. [Soerah al-Moeddatthir 74:25]

waarop Allah antwoordde:

Ik zal hem in Saqar (de Hel) werpen. [Soerah al-Moeddatthir 74:26]

En sommigen van hen zeiden: "Het is poëzie." Waarop Allah zei:

En Wij hebben hem geen poëzie onderwezen, noch is het gepast voor hem. Het is niets dan een Vermaning en een duidelijke Qor-aan. [Soerah Yaa Sien 36:69]

Aangezien Allah ontkent dat het poëzie is en bevestigt dat het een Qor-aan is, blijft er geen twijfel over voor de bezitter van verstand dat de Qor-aan dit Arabische Boek is, dat uit letters, woorden en Verzen bestaat. Want als het niet zo was, zou niemand beweren dat het poëzie is.

29- Allah - Verheven is Hij - zegt:

En als jullie in twijfel verkeren over wat Wij hebben neergezonden aan Onze dienaar, brengt dan een gelijkwaardige Soerah(6) voort, en roept jullie getuigen buiten Allah op [Soerah al-Baqarah 2:23]

En het is niet juist om hen uit te dagen om het soortgelijke voort te brengen van iets wat men niet kent noch begrijpt.

30- Allah - Verheven is Hij - zegt:

En wanneer Onze duidelijke Verzen aan hen worden voorgedragen, zeggen degenen die niet op Onze ontmoeting hopen: "Breng een andere Qor-aan dan deze, of verander hem." Zeg: "Het is niet aan mij om hem te veranderen uit eigen wil." [Soerah Yoenoes 10:15]

Hij bevestigt dat de Qor-aan die Verzen die aan hen worden voorgedragen, is.

31- Allah - Verheven is Hij - zegt:

Neen, het zijn duidelijke Verzen in de harten van degenen aan wie de kennis is gegeven. [Soerah al-‘Ankaboet 29:49]

En Hij zegt, nadat Hij erover heeft gezworen:

Waarlijk, het is zeker een Edele Qor-aan. In een welbewaard Boek. Welke niemand aanraakt dan de gereinigden. [Soerah al-Waaqi'ah 56:77-79]

32- En Hij zegt:

Kaaf Haa Yaa ‘Ayn Sad. [Soerah Maryam 19:1]

Haa Miem ‘Ayn Sien Qaf. [Soerah ash-Shoera 42:1]

En Hij begon 29 hoofdstukken met losse letters.

33- De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Wie de Qor-aan op de juiste manier reciteert, zal voor elke letter daarvan tien goede daden hebben. En wie de Qor-aan op een verkeerde manier reciteert, zal voor elke letter één goede daad hebben."

Een authentieke hadieth.(7)

34- De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Reciteer de Qor-aan, voordat er een volk komt dat zijn letters als pijlen zal afschieten, maar deze niet verder zal reiken dan hun strotten. Zij zullen zijn beloning verhaasten en niet uitstellen." (8)

35- Aboe Bakr en ‘Oemar - moge Allah tevreden met hen zijn - hebben gezegd:

"Het reciteren van de Qor-aan op de juiste manier is ons geliefder dan het memoriseren van een aantal van zijn letters."(9)

36- ‘Alie - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd:

"Wie ongelovig is aan één letter ervan, is ongelovig aan het geheel ervan."(10)

37- De Moslims hebben overeenstemming over het opsommen van de hoofdstukken, Verzen, woorden en letters van de Qor-aan.

38- Er is geen onenigheid tussen de Moslims over degene die een hoofdstuk, Vers, woord of een letter waarover eenstemmigheid is, van de Qor-aan ontkent, dat hij een ongelovige is. En dit is een onweerlegbaar bewijs dat hij uit letters bestaat.


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Moehkam: Verzen waarvan de betekenis duidelijk en helder is.

(2) Voetnoot van de vertaler: Moetashaabih: Verzen die een onduidelijkheid bevatten en voor meer uitleg vatbaar zijn.

(3) Voetnoot van de vertaler: Naasikh: Verzen die andere Verzen afschaffen.

(4) Voetnoot van de vertaler: Mansoekh: Verzen die door andere Verzen worden afgeschaft.

(5) Voetnoot van de vertaler: Djinn: Wezens geschapen uit rookloos vuur, die zich op aarde bevinden, maar niet door de mensen gezien kunnen worden.

(6) Voetnoot van de vertaler: Soerah: Hoofdstuk van de Qor-aan.

(7) Da'ief djiddan (erg zwak). Overgeleverd door at-Tabaraanie in "al-Awsat" (7/307/7574) op het gezag van ‘Abdoellah ibn Mas'oed die zei: de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei:

"Reciteer de Qor-aan op de juiste manier, want waarlijk, wie de Qor-aan op de juiste manier reciteert, zal voor elke letter tien goede daden hebben, tien zonden zullen gewist worden en hij zal tien rangen verheven worden."

Al-Haythamie zei: "Deze overleveringsketen bevat Noehshal ibn Sahl ibn Sa'ied at-Tirmidhie en hij is matroek (verworpen)." Ishaaq ibn Raahawayh verklaarde hem voor leugenaar.

(8) Sahieh (authentiek). Overgeleverd door Ahmad (5/338), Aboe Daawoed (831), Ibn Hibbaan (760 - Ihsaan), at-Tabaraanie in "al-Kabier" (6021/6022/6024) en Ibn al-Moebaarak in "az-Zoehd" (831), en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in "Silsilah al-Ahaadieth as-Sahiehah" (259).

"Zij zullen zijn beloning verhaasten": d.w.z. zij zullen met het reciteren van de Qor-aan het vergankelijke van de wereldse belangen en aanzien wensen. "En niet uitstellen": d.w.z. zij zullen hem niet reciteren om de beloning in het Hiernamaals te verkrijgen.

(9) Da'ief djiddan (erg zwak). Overgeleverd door Ibn al-Anbaarie in "al-Waqf wal-Ibtidaa" (1/20) en zijn keten bevat een onderbreking.

(10) Overgeleverd door Ibn Abie Shaybah (10/513-514) en Ibn Djarier at-Tabarie in zijn tafsier (56).


De gelovigen zullen hun Heer zien op de Dag der Opstanding

39- De gelovigen zullen Allah - Verheven is Hij - met hun ogen zien in het Hiernamaals en zij zullen Hem bezoeken. Hij zal tot hen spreken en zij zullen tot Hem spreken.

Allah - Verheven is Hij - zegt:

Gezichten zullen op die Dag verlicht zijn. Naar hun Heer zullen zij kijken. [Soerah al-Qiyaamah 75:22-23]

En Hij zegt:

Neen, voorwaar, zij zullen zeker op die Dag van hun Heer afgescheiden zijn. [Soerah al-Moetaffifien 83:15]

40- Aangezien zij afgescheiden zijn in een staat van verontwaardiging, wijst dit er op dat de gelovigen Hem zullen zien in een staat van welbehagen, want anders zou er geen verschil zijn tussen hen.

41- En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Voorwaar, jullie zullen jullie Heer zien, zoals jullie deze maan zien. Jullie zullen geen moeilijkheid ondervinden in het zien van Hem."

Een authentieke hadieth, moettafaqoen ‘alayh.(1)

42- En dit is een vergelijking van de manier van zien en geen vergelijking van datgene wat gezien wordt, want Allah heeft geen gelijkende en geen gelijke.


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Moettafaqoen ‘alayh: Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.


De Lotsbepaling (Qadaa) en Voorbeschikking (Qadar) van Allah

43- Tot de Eigenschappen van Allah behoort dat Hij de Uitvoerder is van wat Hij wil. Niets komt tot stand, behalve met Zijn Wens en niets ontsnapt aan Zijn Wil. Er is niets in de wereld dat aan Zijn Voorbeschikking ontsnapt, en niets komt tot stand, behalve met Zijn Beheer. Er is niemand die om de Voorbeschikking die voor hem is voorbeschikt heen kan, noch is er iemand die datgene wat in het Welbewaarde Paneel staat opgetekend, kan overschrijden. Hij wil datgene wat de schepping verricht. Als Hij hen onfeilbaar had gemaakt, dan zouden zij Hem niet ongehoorzaam zijn, en als Hij had gewild dat zij Hem allen zouden gehoorzamen, dan zouden zij Hem waarlijk gehoorzamen. Hij schiep de schepsels en hun daden, en beschikte hun levensvoorzieningen en levensduur voor. Hij leidt wie Hij wil met Zijn Barmhartigheid, en laat wie Hij wil dwalen met Zijn Wijsheid.

Allah - Verheven is Hij - zegt:

Hij kan niet over Zijn handelingen ondervraagd worden, terwijl zij wel ondervraagd worden. [Soerah al-Anbiyaa 21:23]

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

Voorwaar, Wij hebben alle zaken met al-Qadar (Voorbeschikking) geschapen. [Soerah al-Qamar 54:49]

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

En Hij schiep alle zaken en bepaalde alles nauwkeurig. [Soerah al-Foerqaan 25:2]

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

Er treft de aarde of jullie zelf geen ramp, of het staat in een Boek, voordat Wij het doen gebeuren. [Soerah al-Hadied 57:22]

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

En wie Allah wil leiden, diens borst verruimt Hij voor de Islaam. En wie Hij wil laten dwalen, diens borst maakt Hij nauw en beklemd. [Soerah al-An'aam 6:125]

44- Ibn ‘Oemar heeft overgeleverd dat Djibriel - ‘alayhis-salaam - de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - vroeg: "Wat is al-Iemaan (het Geloof)?", waarop de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - antwoordde:

"Dat je gelooft in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en in al-Qadar (de Voorbeschikking), zowel het goede als het slechte ervan."

Toen zei Djibriel: "Je hebt de waarheid gesproken." Overgeleverd door Moeslim.

45- En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Ik geloof in al-Qadar (de Voorbeschikking); zowel het goede als het slechte ervan, zowel het zoete als het bittere ervan."(1)

46- Eén van de smeekbeden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - die hij al-Hasan ibn ‘Alie onderwees om tijdens qoenoet al-witr te verrichten, was:

"En bescherm me tegen het slechte dat U heeft bepaald."(2)

47- We gebruiken al-Qadaa (de Lotsbepaling) en al-Qadar (de Voorbeschikking) van Allah niet als een excuus om Zijn geboden te laten en Zijn verboden te mijden. Maar we moeten geloven en weten dat Allah Zijn bewijs aan ons heeft geleverd door het neerzenden van de Boeken en het sturen van de Boodschappers.

Allah - Verheven is Hij - zegt:

Opdat de mensheid geen excuus tegenover Allah zou hebben na de Boodschappers. [Soerah an-Nisaa 4:165]

48- We weten dat Allah - Verheerlijkt is Hij - slechts degene die in staat is om te doen en te laten, bevolen en verboden heeft. Hij dwingt niemand om een zonde te verrichten, noch verplicht Hij iemand om een goede daad te laten.

Allah - Verheven is Hij - zegt:

Allah belast een ziel slechts volgens haar vermogen. [Soerah al-Baqarah 2:286]

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

Vreest Allah dus zoveel jullie kunnen. [Soerah at-Taghaaboen 64:16].

En Hij - Verheven is Hij - zegt:

Vandaag zal elke ziel vergolden worden voor wat zij heeft verworven. Er is vandaag geen onrecht. [Soerah Ghaafir 40:16]

49- Dit wijst er op dat de dienaar daden bezit en dingen die hij verworven heeft. Hij zal voor het goede daarvan vergolden worden met de beloning, en voor het slechte daarvan met de bestraffing. En de daden vinden plaats met al-Qadaa (Lotsbepaling) en al-Qadar (Voorbeschikking) van Allah.


________________________________________

(1) Zijn keten is da'ief (zwak). Overgeleverd door al-Haakim in "Ma'rifah ‘Oeloem al-Hadieth" (blz. 31, 32) en al-‘Iraaqie in de uitleg van zijn "Alfiyyah" (blz. 327). Zijn keten bevat Yazied ar-Raqqaash en hij is da'ief (zwak), zoals in "at-Taqrieb" (2/31) staat.

(2) Sahieh (authentiek). Overgeleverd door Ahmad (1/199/200), Aboe Daawoed (1425), at-Tirmidhie (464), an-Nasaa-ie (3/248), Ibn Maadjah (1178), Ibn Hibbaan (945), at-Tayaalisie (1177/1179), ‘Abdoer-Razzaaq in "al-Moesannaf" (3/118), Ibn Abie Shaybah in "al-Moesannaf" (7/13), ad-Daarimie (1/451-452), Aboe Ya'laa (6762), Ibn al-Djaaroed (273), Ibn Nasr in "Salaat al-Witr" (190/ Moekhtasar al-Maqriezie), at-Tabaraanie in "al-Kabier" (2701, 2702, 2703, 2704, 2705, 2706, 2707, 2710, 2712) en in "ad-Doe'aa" (744, 747), Ibn Khoezaymah (1095), Ibn Abie ‘Aasim in "as-Soennah" (473), Aboe Noe'aym in "al-Hilyah" (9/321), al-Haakim (3/172), al-Bayhaqie in "as-Soenan" (2/209, 498) en al-Baghawie in "Sharh as-Soennah" (640). Al-Albaanie heeft hem sahieh (authentiek) verklaard in Sahieh Soenan Abie Daawoed.



Al-Iemaan is woord en daad

50- Al-Iemaan is het uitspreken met de tong, het verrichten met de ledematen, en het geloven met het hart. Het neemt toe door de gehoorzaamheid en neemt af door de ongehoorzaamheid.

51- Allah - de Verhevene - zegt:

En zij werden niets anders bevolen dan Allah zuiver te aanbidden, als hoenafaa(1), en het gebed te verrichten en de zakaah(2) te geven. En dat is de rechte religie. [Soerah al-Bayyinah 98:5]

Hij liet de aanbidding van Allah - de Verhevene, de zuivere intentie in het hart, het verrichten van het gebed en het geven van de zakaah, al deze zaken liet Hij tot de religie behoren.

52- De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Al-Iemaan bestaat uit zeventig en een aantal onderdelen. Het hoogste ervan is het getuigen dat "laa ilaaha illallah" (er is geen ware god die het recht heeft aanbeden te worden dan Allah). En het laagste ervan is het verwijderen van een schadelijk voorwerp van de weg." (3)

Hij liet het uitspreken en het handelen tot al-Iemaan behoren.

53- En Allah - de Verhevene - zegt:

Waarop hun Iemaan toenam. [Soerah Aal ‘Imraan 3:173]

Opdat hun Iemaan toeneemt. [Soerah al-Fath 48:4]

54- De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Degene die "laa ilaaha illallah" (er is geen ware god die het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah) zegt, en in zijn hart het gewicht van een graankorrel, mosterdzaad of een maïskorrel aan Iemaan heeft, zal uit het Vuur verwijderd worden."(4)

Dus maakte hij al-Iemaan verschillende niveaus.


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Hoenafaa: Moewahhidoen (mensen die Allah zuiver en alleen aanbidden), van alle religies neigend naar de religie van de Islaam.

(2) Voetnoot van de vertaler: Zakaah: Een vastgesteld gedeelte van het bezit dat jaarlijks wordt uitgegeven voor o.a. het welzijn van de armen in de Moslimgemeenschap. Het geven van de zakaah is verplicht en is één van de vijf pilaren van de Islaam.

(3) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.

(4) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door al-Boekhaarie met iets andere bewoordingen.



Al-Iemaan in alles wat de Boodschapper heeft bericht

55- Al-Iemaan in alles wat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft bericht en wat authentiek van hem is overgeleverd is verplicht, of wij hier nu getuige van waren of dat het voor ons verborgen is. We weten dat het de waarheid en de werkelijkheid is. Gelijk daarin is datgene wat we begrijpen en datgene wat we niet begrijpen, en waarvan we niet op de hoogte zijn van de werkelijke betekenis. Zoals: de overlevering van al-Israa(1) en al-Mi'raadj(2). Deze vonden plaats terwijl de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - wakker was en niet in een droom, want Qoeraysh(3) verwierp het en beschouwde het als iets ongeloofwaardigs, terwijl zij de dromen niet ontkenden.

56- Een ander voorbeeld is toen de Engel des Doods tot Moesa kwam om zijn ziel te nemen, Moesa hem sloeg en zijn oog uitstak. Toen keerde hij terug naar zijn Heer, Die hem zijn oog teruggaf.

57- En daartoe behoren ook de Tekenen van het Uur, zoals de verschijning van de Daddjaal(4), de neerdaling van ‘Iesa ibn Maryam(5) - ‘alayhis-salaam - waarop hij de Daddjaal doodt, de verschijning van Ja-djoedj en Ma-djoedj(6), de verschijning van het Beest, de zonsopkomst uit het westen en wat daarop lijkt van datgene wat authentiek is overgeleverd.

58- De bestraffing en de genieting van het graf zijn waar. De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zocht zijn toevlucht hiertegen (de bestraffing) en gebood dat dit in elk gebed gedaan werd.

59- De beproeving van het graf is waar, de ondervraging van Moenkar en Nakier(7) is waar, de opstanding na de dood is waar, en dat zal zijn wanneer Israafiel(8) - ‘alayhis-salaam - op de bazuin blaast, "daarop snellen zij uit de graven naar hun Heer". [Soerah Yaa Sien 36: 51]

60- De mensen worden op de Dag der Opstanding blootsvoets, naakt, onbesneden en niets bij zich hebbend verzameld. Zij zullen op de laatste standplaats staan, totdat onze Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - voor hen bemiddelt en Allah - Gezegend en Verheven is Hij - hen afrekent. De weegschalen zullen geplaatst worden, de verslagen zullen uitgedeeld worden en de geschriften die de daden bevatten worden gegeven in de rechterhanden en de linkerhanden.

Wat betreft degene dan die zijn boek in zijn rechterhand wordt gegeven. Hij zal een lichte afrekening berekend worden. En hij zal verheugd tot zijn familie terugkeren. En wat betreft degene die zijn boek achter zijn rug wordt gegeven. Hij zal om vernietiging schreeuwen. En hij zal Sa'ier (het laaiende Vuur) binnengaan. [Soerah al-Inshiqaaq 84:7-12]

61- De Weegschaal heeft twee schalen en een tong, waarmee de daden gewogen worden. Allah - de Verhevene - zegt:

Degenen wiens weegschalen zwaar wegen: zij zijn degenen die de welslagenden zijn. En degenen wiens weegschalen licht wegen: zij zijn degenen die zichzelf verloren hebben, in Djahannam (de Hel) zullen zij voor altijd verblijven. [Soerah al-Moe-minoen 23:102-103]

62- Onze Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zal op de Dag der Opstanding een Fontein hebben, waarvan het water witter is dan melk en zoeter dan honing. Zijn drinkbekers zijn gelijk aan het aantal sterren aan de hemel. Wie hier een slok van neemt, zal hierna nooit meer dorst hebben.

63- De Siraat(9) is waar. De deugdzamen zullen deze oversteken en de zondaren zullen er vanaf vallen.

64- Onze Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zal bemiddelen voor degenen van zijn gemeenschap die het Vuur betreden van onder de verrichters van de grote zonden, waarop zij hieruit verwijderd zullen worden door zijn bemiddeling, nadat ze brandden en als houtskool en as waren geworden. Zij zullen het Paradijs betreden door zijn bemiddeling.

65- Er zal ook bemiddeld worden door de rest van de Profeten, de gelovigen en de Engelen. Allah - de Verhevene - zegt:

En zij bemiddelen niet, behalve voor hem in wie Hij welbehagen heeft. En zij staan vol ontzag uit vrees voor Hem. [Soerah al-Anbiyaa 21:28]

66- En de bemiddeling van de bemiddelaars zal de ongelovige niets baten.

67- Het Paradijs en het Vuur zijn twee schepselen die niet zullen vergaan. Het Paradijs is de verblijfplaats van de geliefden van Allah, en het Vuur is de bestraffing voor Zijn vijanden. De mensen van het Paradijs zullen daarin voor altijd verblijven. "Voorwaar, de misdadigers zullen eeuwig in de bestraffing van de Hel verkeren. (De bestraffing) zal voor hen niet verlicht worden, en zij zullen daarin wanhopigen zijn". [Soerah az-Zoekhroef 43:74-75]

68- En de dood wordt gebracht in de vorm van een wit en zwart gekleurde ram, waarop deze geslacht wordt tussen het Paradijs en het Vuur. Daarna wordt er gezegd:

"O mensen van het Paradijs, eeuwigheid (voor jullie) en geen dood (meer). En o mensen van het Vuur, eeuwigheid (voor jullie) en geen dood (meer)."


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: al-Israa: De nachtreis van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - van Mekkah naar Jeruzalem.

(2) Voetnoot van de vertaler: al-Mi'raadj: De opstijging van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - naar de hemelen.

(3) Voetnoot van de vertaler: Qoeraysh: De stam van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.

(4) Voetnoot van de vertaler: ad-Daddjaal: Een misleidende man die aan het einde der tijden zal verschijnen en beweren dat hij Allah is.

(5) Voetnoot van de vertaler: ‘Iesa ibn Maryam - ‘alayhis-salaam: Jezus, de zoon van Maria.

(6) Voetnoot van de vertaler: Ja-djoedj en Ma-djoedj: Twee volkeren die aan het einde der tijden zullen verschijnen en iedereen op aarde zullen doden en alles wat zich hierop bevindt aan voorzieningen zullen verslinden.

(7) Voetnoot van de vertaler: Moenkar en Nakier: Twee Engelen die de dode in zijn graf zullen ondervragen over zijn Heer, zijn religie en zijn Profeet.

(8) Voetnoot van de vertaler: Israafiel - ‘alayhis-salaam: De Engel die belast is met het blazen op de bazuin.

(9) Voetnoot van de vertaler: Siraat: De brug die over de Hel gespannen wordt en die de mensen moeten oversteken om het Paradijs te kunnen bereiken.



De Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam –

69- Mohammad is de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, het Zegel der Profeten en de Meester der Boodschappers. Het geloof van een dienaar is niet geldig, totdat hij gelooft in zijn gezantschap en getuigt van zijn profeetschap. Er zal op de Dag der Opstanding niet tussen de mensen geoordeeld worden, behalve door zijn bemiddeling. En geen gemeenschap zal het Paradijs betreden, totdat zijn gemeenschap het zal betreden.

70- De bezitter van het Vaandel van Lof, de Geprezen Standplaats en de Fontein waaruit gedronken wordt. Hij is de Leider der Profeten, hun woordvoerder en de bezitter van hun bemiddeling. Zijn gemeenschap is de beste gemeenschap en zijn Metgezellen zijn de beste metgezellen van de Profeten - vrede zij met hen allen.



De besten der Metgezellen

71- En de beste van zijn gemeenschap is Aboe Bakr as-Siddieq, daarna ‘Oemar al-Faaroeq, daarna ‘Oethmaan Dhoen-Noerayn en daarna ‘Alie al-Moertadaa - moge Allah met hen allen tevreden zijn, volgens datgene wat ‘Abdoellah ibn ‘Oemar - moge Allah met beiden tevreden zijn - heeft overgeleverd. Hij zei:

"Wij waren - terwijl de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - leefde - gewoon te zeggen: "De beste van deze gemeenschap na haar Profeet is Aboe Bakr, daarna ‘Oemar, daarna ‘Oethmaan en daarna ‘Alie," en dat bereikte de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, waarop hij dit niet ontkende."(1)

72- En het is authentiek overgeleverd van ‘Alie dat hij zei:

"De beste van deze gemeenschap na haar Profeet is Aboe Bakr, daarna ‘Oemar en als ik het gewild had, zou ik de derde noemen."(2)

73- Aboed-Dardaa heeft van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - overgeleverd dat hij zei:

"De zon is na de Profeten en Boodschappers niet over een betere persoon opgerezen en ondergegaan dan Aboe Bakr."(3)

74- En hij heeft van de schepping van Allah het meeste recht op het kalifaat na de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, vanwege zijn voortreffelijkheid, zijn voorgaan (in het betreden van de Islaam), het feit dat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - hem voor liet gaan in het gebed boven alle Metgezellen - de Tevredenheid van Allah is met hen - en de idjmaa' (consensus) van de Metgezellen - moge Allah tevreden met hen zijn - over zijn voorrang en het trouw zweren aan hem. En Allah zou hen niet verenigen op een dwaling.

75- Daarna ‘Oemar - moge Allah tevreden zijn met hem, vanwege zijn voortreffelijkheid en het feit dat Aboe Bakr hem hiertoe machtigde.

76- Daarna ‘Oethmaan - moge Allah tevreden zijn met hem, vanwege het feit dat de leden van de raad van overleg de voorkeur aan hem gaven.

77- Daarna ‘Alie - moge Allah tevreden zijn met hem, vanwege zijn voortreffelijkheid en de consensus van de mensen van zijn tijd hierover.

78- Zij zijn de rechtzinnige kaliefen en de rechtgeleide Imaams, waarover de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Houd jullie vast aan mijn Soennah en de Soennah van de rechtzinnige en rechtgeleide kaliefen na mij. Bijt hier stevig in vast met jullie kiezen."(4)

79- En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Het kalifaat zal na mij dertig jaren duren."(5)

En het laatste daarvan was het kalifaat van ‘Alie - moge Allah tevreden met hem zijn.


________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door Aboe Daawoed (4628, en al-Albaanie verklaarde hem authentiek) met de volgende bewoordingen:

"Wij waren - terwijl de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - nog in leven was - gewoon te zeggen: de beste van de gemeenschap van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - na hem is Aboe Bakr, daarna ‘Oemar en daarna ‘Oethmaan."

En at-Tabaraanie voegde in een overlevering toe:

"Waarop de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - dit hoorde en het niet afkeurde."

(2) Overgeleverd door Ahmad in zijn Moesnad (1/106-110), zijn zoon ‘Abdoellah in "az-Zawaa-id" (1/10620110-127), Ibn Abie ‘Aasim in "as-Soennah" (1201) en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in zijn revisie van "as-Soennah" (2/570).

(3) Da'ief (zwak). Overgeleverd door Ahmad in "Fadaa-il as-Sahaabah" (135), Ibn Abie ‘Aasim in "as-Soennah" (1224) en Aboe Noe'aym (3/325).

(4) Voetnoot van de vertaler: Overgeleverd door Ahmad, Aboe Daawoed en at-Tirmidhie en zei: hasan sahieh, en al-Albaanie en een groep hebben hem sahieh (authentiek) verklaard.

(5) Overgeleverd door Ahmad (5/220-221), Aboe Daawoed (4646-4647), an-Nasaa-ie in "Fadaa-il as-Sahaabah" (52), at-Tirmidhie (2226), al-Haakim (3/145) en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in "as-Sahiehah" (459).



De getuigenis met het Paradijs en het Vuur

80- We getuigen voor de tien dat zij het Paradijs zullen betreden, net zoals de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - voor hen getuigde en zei:

"Aboe Bakr is in het Paradijs, ‘Oemar is in het Paradijs, ‘Oethmaan is in het Paradijs, ‘Alie is in het Paradijs, Talhah is in het Paradijs, az-Zoebayr is in het Paradijs, Sa'd is in het Paradijs, Sa'ied is in het Paradijs, ‘Abdoer-Rahmaan ibn ‘Awf is in het Paradijs en Aboe ‘Oebaydah ibn al-Djarraah is in het Paradijs." (1)

81- Eenieder waarvan de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - getuigde dat hij in het Paradijs is, dan getuigen wij dat ook voor hem. Net zoals zijn woorden:

"Al-Hasan en al-Hoesayn zijn de meesters van de jongeren van het Paradijs."(2)

En zijn woorden tegen Thaabit ibn Qays:

"Voorwaar, hij behoort tot de mensen van het Paradijs."(3)

82- We verzekeren voor niemand onder de Moslims dat hij in het Paradijs of in het Vuur is, behalve voor degene waarvoor de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - dit verzekerde. Maar wij hopen voor de weldoener en wij vrezen voor de zondaar.


________________________________________

(1) Overgeleverd door Aboe Daawoed (6949), at-Tirmidhie (3748), Ibn Maadjah (133) en Ahmad (1/187), en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek).

(2) Overgeleverd door at-Tirmidhie (3678) en Ahmad (3/166-167), en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in "Sahieh Soenan at-Tirmidhie".

(3) Overgeleverd door al-Boekhaarie (4846) en Moeslim (119).



Het tot ongelovig verklaren van de Moslims

83- Wij verklaren niemand van Ahl al-Qiblah tot ongelovige vanwege een zonde, noch doen wij hem uit de Islaam treden vanwege een daad.

84- Wij beschouwen de bedevaart en de djihaad(1) als voortdurend, samen met de gehoorzaamheid aan elke leider, of hij nu deugdzaam of slecht is. En het vrijdaggebed achter hen is toegestaan.

85- Anas zei: "De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Drie zaken behoren tot de essentie van al-Iemaan (het Geloof): het zich onthouden van (het kwaaddoen van) degene die "Laa ilaaha illallah" (er is geen ware god die het recht heeft aanbeden te worden dan Allah) zegt. Wij verklaren hem niet tot ongelovige vanwege een zonde, noch doen wij hem uit de Islaam treden vanwege een daad. De djihaad duurt voort, vanaf (de dag) dat Allah mij gezonden heeft, totdat het laatste deel van mijn gemeenschap de Daddjaal zal bestrijden. Noch het onrecht van een onrechtvaardige leider, noch de rechtvaardigheid van een rechtvaardige leider zal deze afschaffen. En het geloven in de voorbeschikking."

Overgeleverd door Aboe Daawoed.(2)

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Djihaad: Het strijden op de weg van Allah, of elke andere inspanning om het Woord van Allah superieur te maken.

(2) Overgeleverd door Aboe Daawoed (2532). Al-Albaanie verklaarde hem da'ief (zwak) in "Da'ief Soenan Abie Daawoed", omdat zijn keten Yazied ibn Abie Noeshbah bevat en hij is onbekend, zoals in "at-Taqrieb" (2/371) staat.


De rechten van de Metgezellen

86- Tot de Soennah(1) behoort de getrouwheid aan de Metgezellen van de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, hen liefhebben, het noemen van hun goede eigenschappen en het vragen aan Allah om hen genadig te zijn en hen te vergeven. En ook het zich onthouden van het noemen van hun slechte eigenschappen en datgene waarover zij onenigheid hadden, het geloven in hun deugden en het erkennen van hun voorrang.

Allah - Verheven is Hij - zegt:

En degenen die na hen kwamen, zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons vooraf zijn gegaan in het geloof en plaats in onze harten geen wrok jegens degenen die geloven. [Soerah al-Hashr 59:10]

Mohammad is de Boodschapper van Allah. En degenen die met hem zijn, zijn streng tegenover de ongelovigen, en barmhartig onderling. [Soerah al-Fath 48:29]

87- En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"Scheld mijn Metgezellen niet uit, want voorwaar, als één van jullie het gelijke aan de berg Oehoed in goud zou uitgeven, dan zou dat niet een moedd (handvol) van één van hen bereiken, noch de helft daarvan." (2)

88- En tot de Soennah behoort het vragen aan Allah om tevreden te zijn met de vrouwen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam, de Moeders der Gelovigen, de gereinigden en gezuiverden van elk kwaad. De beste van hen zijn Khadiedjah bint Khoewaylid en ‘Aa-ishah as-Siddieqah bint as-Siddieq (de Waarheidsgetrouwe en dochter van de Waarheidsgetrouwe), die Allah in Zijn Boek gezuiverd heeft, en de echtgenote van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - in deze wereld en in het Hiernamaals. Wie haar dus belastert met datgene waarvan Allah haar gezuiverd heeft, die is waarlijk ongelovig aan Allah - de Geweldige.

89- En Moe'aawiyah is de Oom der Gelovigen, de schrijver van de Openbaring van Allah en één van de kaliefen van de Moslims - moge Allah met hen allen tevreden zijn.

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Soennah: Datgene waarop de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en zijn Metgezellen zich bevonden, betreffende de ‘aqiedah (geloofsleer) en de daden.

(2) Overgeleverd door al-Boekhaarie (3673) en Moeslim (2540, 2541).


De gehoorzaamheid aan de gezaghebbers

90- Tot de Soennah behoort het luisteren naar en het gehoorzamen van de leiders van de Moslims en heersers van de Gelovigen, zowel de deugdzamen als de zondigen onder hen. Dit is zolang zij ons niet bevelen Allah ongehoorzaam te zijn, want er is geen gehoorzaamheid aan wie dan ook, als het gaat om ongehoorzaamheid aan Allah.

91- Degene die het kalifaat wordt gegeven, terwijl de mensen akkoord gaan en tevreden met hem zijn, of hen met zijn zwaard overweldigt, totdat hij kalief wordt en Leider der Gelovigen wordt genoemd; het is verplicht om hem te gehoorzamen en het is verboden om hem tegen te werken, tegen hem in opstand te komen en om tweedracht te zaaien tussen de Moslims.


De vermijding van de mensen van innovaties en de vermelding van een aantal van hun groeperingen

92- Tot de Soennah behoort het vermijden van de mensen van innovaties (ahloel-bida'), het zich van hen afzonderen, het laten van het twisten en het disputeren in de religie, het laten van het kijken in de boeken van de innovators en het aandacht geven aan hun woorden. En elke nieuwigheid in de religie is een innovatie.

93- En eenieder die zich kenmerkt met iets anders dan de Islaam en de Soennah is een innovator, zoals ar-Raafidah, al-Djahmiyyah, al-Khawaaridj, al-Qadariyyah, al-Moerdji-ah, al-Moe'tazilah, al-Karaamiyyah, as-Saalimah, al-Koellaabiyyah en hun soortgenoten. Dit zijn de groeperingen van de dwaling en de sekten van de innovaties, moge Allah ons hiertegen beschermen.


De onenigheid in de vertakkingen

94- Wat de toeschrijving aan een Imaam in de vertakkingen van de religie betreft, zoals de vier wetscholen, dit is niet berispelijk. Want de meningsverschillen in de vertakkingen van de religie zijn een barmhartigheid, en degenen die hierover van mening verschillen worden geprezen in hun meningsverschil(1) en worden beloond voor hun idjtihaad(2). Hun onenigheid is een uitgestrekte barmhartigheid(3) en hun overeenstemming is een onweerlegbaar bewijs.

________________________________________

(1) Voetnoot van de vertaler: Ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien zegt in ‘Sharh Loem'atil-I'tiqaad': "De woorden van de auteur: "degenen die hierover van mening verschillen worden geprezen in hun meningsverschil," zijn geen aanprijzing van de onenigheid, want de overeenstemming is beter dan de onenigheid. Maar wat er mee bedoeld wordt, is de ontkenning van de berisping hiervan, en dat eenieder geprezen wordt voor wat hij gezegd heeft, omdat zij hierin idjtihaad hebben verricht en op zoek waren naar de waarheid. Dus worden zij geprezen voor hun idjtihaad en voor het volgen van datgene van de waarheid wat voor hen zichtbaar was, al is het zo dat zij het niet altijd bij het rechte eind hebben."

(2) Voetnoot van de vertaler: Idjtihaad: Het verrichten van inspanningen door een geleerde om tot een oordeel te komen betreffende een religieus vraagstuk.

(3) Voetnoot van de vertaler: Ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien zegt in ‘Sharh Loem'atil-I'tiqaad': "En zijn woorden: "de meningsverschillen in de vertakkingen van de religie zijn een barmhartigheid," en: "hun onenigheid is een uitgestrekte barmhartigheid," d.w.z. het behoort tot de Barmhartigheid en de Genade van Allah, aangezien Hij hen niet meer heeft belast dan datgene waartoe zij in staat zijn en hen niet meer heeft opgedragen dan datgene wat voor hen zichtbaar is. Er rust dus geen blaam op hen voor deze onenigheid, maar zij bevinden zich hierin onder de Barmhartigheid en de Genade van Allah. Als zij het juist hebben, worden ze tweemaal beloond, en als zij fout zitten, worden ze eenmaal beloond."


Slot

95- We vragen Allah dat Hij ons beschermt tegen de innovaties en misleiding, dat Hij ons laat leven op de Islaam en de Soennah, dat Hij ons laat behoren tot degenen die in dit leven de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - volgen en dat Hij ons na de dood in zijn gezelschap verzamelt, door Zijn Barmhartigheid en Gunst. Aamien.

Dit is het einde van de geloofsleer - en alle lof is aan Allah, en Zijn Salaah en Salaam rusten op onze meester Mohammad, zijn volgelingen en zijn Metgezellen.


Bron:
http://www.soennah.com/content/category/12/82/39/

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos