Belangrijke Stelregels betreffende de Namen en de Eigenschappen van Allah

Door de nobele Shaykh al-Imaam Aboe ‘Abdillaah Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn -

De eerste stelregel:

"Betreffende het verplichte aangaande de teksten van het Boek en de Soennah(1) over de Namen en Eigenschappen van Allah"

Het verplichte aangaande de teksten van het Boek en de Soennah is het behouden van hun directe betekenis, zonder deze te veranderen; omdat Allah de Qor-aan in een duidelijke Arabische taal heeft neergezonden, en de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam(2) - spreekt in de Arabische taal; waardoor het verplicht is om de betekenissen van de Woorden van Allah en de woorden van Zijn Boodschapper te behouden zoals ze zijn in die taal. En omdat het veranderen van de directe betekenis het spreken over Allah zonder kennis is, en dat is verboden volgens de Woorden van de Verhevene:

Zeg: "Mijn Heer heeft slechts de zedeloosheden verboden, wat er openlijk van is en wat er verborgen van is; en de zonde en de overtreding zonder recht; en dat jullie Allah deelgenoten toekennen waarvoor Hij geen bewijs heeft neergezonden en dat jullie over Allah zeggen wat jullie niet weten [Soerah al-A'raaf 7:33].

Een voorbeeld daarvan zijn de Woorden van de Verhevene:

Welnee, Zijn Beide Handen zijn wijd uitgestrekt, Hij schenkt hoe Hij wil [Soerah al-Maa-idah 5:64].

De directe betekenis van het Vers is dat Allah Twee Werkelijke Handen heeft, dus is het verplicht om dat voor Hem te bevestigen.

En als iemand zegt: de bedoeling daarvan (de Handen van Allah) is de Kracht, dan zeggen wij: dit is het verdraaien van de directe betekenis van de woorden, en het zeggen hiervan is niet toegestaan; want het is het spreken over Allah zonder kennis.


De tweede stelregel:

"Betreffende de Namen van Allah, en onder deze stelregel bevinden zich een aantal principes"

Het eerste principe:

Alle Namen van Allah zijn schoon:


D.w.z. dat ze de uiterste grenzen van de schoonheid bereiken; dat is omdat deze volmaakte Eigenschappen bevatten die geen gebreken hebben in welk opzicht dan ook. Allah - de Verhevene - zegt:

En aan Allah behoren de Schone Namen [Soerah al-A'raaf 7:180].

Een voorbeeld daarvan: ar-Rahmaan (de Meest Barmhartige). Het is een Naam van de Namen van Allah, en duidt op een geweldige Eigenschap, en dat is de uitgestrekte Barmhartigheid. En hierdoor weten we dat "ad-dahr" (de tijd) niet tot de Namen van Allah behoort; omdat deze geen betekenis bevat die de uitgestrekte grenzen van de schoonheid bereikt. Wat de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - betreft:

"Scheld ad-dahr (de tijd) niet uit, want waarlijk, Allah is ad-dahr."(3)

De betekenis daarvan is: de Bezitter van ad-dahr (de tijd) en de Beschikker daarvan, en het bewijs zijn de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - in de tweede overlevering op het gezag van Allah - de Verhevene:

"De zaak is in Mijn Hand, Ik wissel de nacht en de dag af."(4)

Het tweede principe:

De Namen van Allah zijn niet beperkt tot een specifiek aantal:


Volgens de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - in de bekende overlevering:

"Ik vraag U - O Allah - bij elke Naam die U toebehoort, waarmee U Uzelf heeft genoemd, of die U in Uw Boek heeft neergezonden, of die U aan één van Uw schepping heeft onderwezen, of die U bij Uzelf heeft gehouden in de kennis van het verborgene."(5)

En datgene wat Hij bij Zichzelf heeft gehouden in de kennis van het verborgene kan men niet beperken noch omvatten.

En het verenigen hiervan en de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - in de authentieke overlevering:

"Waarlijk, Allah heeft 99 Namen; wie deze opsomt, treedt het Paradijs binnen,"(6)

is dat de betekenis van deze overlevering als volgt is: van de Namen van Allah zijn er 99, wie deze opsomt, treedt het Paradijs binnen. De bedoeling is niet om de Namen van Allah - de Verhevene - te beperken tot dit aantal, en het gelijke hiervan is dat je zegt: "Ik heb honderd dirhams die ik bewaard heb voor liefdadigheid." Dit ontkent niet dat je andere dirhams hebt die je niet voor liefdadigheid hebt bewaard.

Het derde principe:

De Namen van Allah worden niet bevestigd door het verstand, maar worden slechts bevestigd door de wetgeving (shar'):

De Namen van Allah zijn dus tawqiefiyyah, dat wil zeggen dat de bevestiging ervan beperkt is tot datgene wat in de wetgeving is gekomen, zonder daar iets aan toe te voegen of iets van te verminderen; omdat het verstand niet in staat is om de Namen van Allah - de Verhevene - die Hij verdient te bevatten, dus is het verplicht om ons daarin te beperken tot de wetgeving; en omdat het noemen van Allah met datgene waarmee Hij Zichzelf niet heeft genoemd, of het ontkennen van datgene waarmee Hij Zichzelf heeft genoemd een zware misdaad is tegen Allah - de Verhevene, dus behoort men zich hierin op een fatsoenlijke manier te gedragen.

Het vierde principe:

Elke Naam van Allah duidt op het Wezen
(Dhaat) van Allah:

...op de Eigenschap die het bevat, en op het effect dat er uit voortvloeit als het overgankelijk (moeta'addie(7)) is. En het geloof in de Naam is pas volmaakt wanneer al deze zaken bevestigd worden.

Een voorbeeld daarvan wanneer het een niet-overgankelijke Naam betreft: "al-‘Adhiem" (de Geweldige), dus het geloof erin is niet volmaakt, totdat we geloven in zijn bevestiging dat het een Naam van Allah is die op het Wezen (Dhaat) van Allah duidt, en op de Eigenschap die het bevat en dat is de Grootheid (al-‘Adhamah).

En een voorbeeld daarvan wanneer het een overgankelijke Naam betreft: "ar-Rahmaan" (de Meest Barmhartige), dus het geloof erin is niet volmaakt, totdat we geloven in zijn bevestiging dat het een Naam van Allah is die op het Wezen (Dhaat) van Allah duidt, op de Eigenschap die het bevat en dat is de Barmhartigheid (ar-Rahmah), en op het effect dat er uit voortvloeit en dat is dat Allah wie Hij wil erbarmt.

De derde stelregel:

"Betreffende de Eigenschappen van Allah, en ook onder deze stelregel bevinden zich een aantal principes"

Het eerste principe:

Alle Eigenschappen van Allah zijn verheven:


Volmaakte en geprezen Eigenschappen die geen gebreken hebben in welk opzicht dan ook, zoals Leven, Kennis, Macht, Horen, Zien, Wijsheid, Barmhartigheid, Verhevenheid en andere dan deze, volgens de woorden van Allah - de Verhevene:

En aan Allah behoort de meest verheven beschrijving [Soerah an-Nahl 16:60].

En omdat de Heer volmaakt is, behoren ook Zijn Eigenschappen volmaakt te zijn.

Wanneer een eigenschap gebrekkig is en niet volmaakt, dan is het onmogelijk dat het een Eigenschap van Allah is, zoals dood, onwetendheid, onmacht, doofheid, blindheid, etc.; omdat Hij - Verheerlijkt is Hij - degenen die Hem met gebrekkige eigenschappen beschreven hebben, bestraft, omdat Hij Zichzelf heeft verheven boven de gebrekkigheden waarmee zij Hem beschrijven, en omdat de Heer onmogelijk gebrekkig kan zijn, want de gebrekkigheid is tegenstrijdig aan de Heerschappij.

En wanneer een eigenschap volmaakt is in één aspect en gebrekkig is in een ander aspect, dan kunnen we deze niet voor Hem bevestigen op absolute wijze, noch kunnen we deze voor Hem ontkennen op absolute wijze, maar is er behoefte aan een gedetailleerde uitleg. Deze eigenschap wordt bevestigd voor Allah in die situatie waarin de eigenschap volmaakt is, en hij wordt ontkend voor Allah in die situatie waarin de eigenschap gebrekkig is, zoals het beramen van listen, het smeden van plannen, het misleiden, enz. Deze eigenschappen zijn volmaakt wanneer het om een tegenactie gaat bij een persoon die dezelfde daad verricht; want het laat zien dat degene die deze daad verricht niet onmachtig is om de daad van zijn vijand te vergelden met dezelfde daad. Maar het is een gebrekkige eigenschap in een andere situatie dan deze, dus wordt deze eigenschap voor Allah bevestigd in de eerste situatie en niet in de tweede. Allah - de Verhevene - zegt:

En zij beraamden een list en Allah beraamde een list en Allah is de Beste der Beramers [Soerah al-Anfaal 8:30],

Voorwaar, zij smeden een plan. En Ik smeed een plan [Soerah at-Taariq 86:15-16],

Voorwaar, de huichelaars proberen Allah te misleiden, maar Hij misleidt hen [Soerah an-Nisaa 4:142], enz.

Dus als er wordt gezegd: "Wordt Allah beschreven met de eigenschap listen beramen?"

Zeg dan niet: "Ja," en zeg niet: "Nee," maar zeg: "Hij beraamt listen met degene die dat verdient," en Allah weet het beste.

Het tweede principe:

De Eigenschappen van Allah worden onderverdeeld in twee soorten: Eigenschappen van bevestiging en Eigenschappen van ontkenning:


De Eigenschappen van bevestiging zijn die Eigenschappen die Allah voor Zichzelf heeft bevestigd, zoals Leven, Kennis en Macht, en deze behoren we te bevestigen voor Allah op de wijze die bij Hem past; omdat Allah deze voor Zichzelf heeft bevestigd en Hij heeft de meeste kennis over Zijn Eigenschappen.

En de Eigenschappen van ontkenning zijn die Eigenschappen die Allah voor Zichzelf heeft ontkend, zoals onrecht, dus behoren we deze te ontkennen voor Allah, omdat Allah deze voor Zichzelf heeft ontkend; maar we behoren het tegenovergestelde hiervan te bevestigen voor Allah op de meest volmaakte wijze; want de ontkenning is geen volmaaktheid, totdat deze een bevestiging bevat.

Een voorbeeld daarvan: de woorden van Allah - de Verhevene:

En jouw Heer doet niemand onrecht aan [Soerah al-Kahf 18:49].

Dus behoren we onrecht voor Allah te ontkennen, en tezamen hiermee dienen we rechtvaardigheid voor Allah te bevestigen op de meest volmaakte wijze.

Het derde principe:

De Eigenschappen van bevestiging worden onderverdeeld in twee soorten: Dhaatiyyah(8) en Fi'liyyah(9).

De Dhaatiyyah Eigenschappen zijn die Eigenschappen waarmee Hij altijd al beschreven is en altijd beschreven zal zijn, zoals het Horen en het Zien.

En de Fi'liyyah Eigenschappen zijn die Eigenschappen die betrekking hebben op Zijn Wil. Als Hij wil, verricht Hij deze en als Hij wil, verricht Hij deze niet, zoals de Verhevenheid boven de Troon, en het Komen.

En soms kan een Eigenschap een combinatie zijn van Dhaatiyyah en Fi'liyyah tegelijkertijd, zoals het Spreken. Wat de oorsprong van deze Eigenschap betreft, dat is een Dhaatiyyah Eigenschap, omdat Allah altijd al heeft gesproken en altijd zal spreken. Maar wat Zijn specifieke soorten van Spreken betreft, dat is een Fi'liyyah Eigenschap, want het Spreken heeft betrekking op Zijn Wil, Hij spreekt wat Hij wil, wanneer Hij wil.

Het vierde principe:

Bij elke Eigenschap van Allah dient men drie vragen te stellen:


De eerste vraag: Is het een werkelijke (letterlijke) Eigenschap? En waarom?

De tweede vraag: Mogen we er een hoedanigheid aan geven (takyief)? En waarom?

De derde vraag: Is deze te vergelijken met de Eigenschappen van de schepsels (tamthiel)? En waarom?

Het antwoord op de eerste vraag: Ja, het zijn werkelijke (letterlijke) Eigenschappen, want de oorsprong in de woorden is dat ze werkelijk (letterlijk) zijn, en hiervan mag niet afgeweken worden, behalve met een correct bewijs dat ons daarvan weerhoudt.

Het antwoord op de tweede vraag: We mogen er geen hoedanigheid aan geven, volgens de woorden van Allah - de Verhevene:

En zij kunnen Hem met kennis niet omvatten [Soerah Ta Ha 20:110].

En omdat het verstand de hoedanigheid van de Eigenschappen van Allah niet kan bevatten.

Het antwoord op de derde vraag: Zij zijn niet te vergelijken met de eigenschappen van de schepsels, volgens de woorden van Allah - de Verhevene:

Niets is zoals Hij [Soerah ash-Shoera 42:11],

en omdat Allah de uiterste grens van volmaaktheid verdient, dus kan Hij nooit op de geschapene lijken, omdat deze gebrekkig is.

En het verschil tussen tamthiel(10) en takyief(11) is dat tamthiel het noemen van de hoedanigheid van een Eigenschap is terwijl men deze vergelijkt met iets anders, en takyief het noemen van de hoedanigheid van een Eigenschap is zonder deze te vergelijken met iets anders.

Een voorbeeld van tamthiel is dat iemand zegt: de Hand van Allah is als de hand van de mens.

Een voorbeeld van takyief is dat hij zich van de Hand van Allah een bepaalde hoedanigheid inbeeldt waarvan geen gelijke is in de handen van de schepsels, deze inbeelding is niet toegestaan.


De vierde stelregel:

"Betreffende de wijze waarop we al-Moe'attilah weerleggen"


Al-Moe'attilah zijn degenen die iets van de Namen of Eigenschappen van Allah ontkennen en de directe betekenis van de teksten verdraaien, en zij worden ook "al-Moe-awwilah" genoemd. En de algemene stelregel waarmee we hen weerleggen, is dat we zeggen:

1. jullie uitspraak is tegenstrijdig aan de directe betekenis van de teksten

2. tegenstrijdig aan de weg van de Selef(12)

3. er is geen correct bewijs voor (jullie uitspraak).

En soms kan er in bepaalde Eigenschappen een vierde aspect zijn, of meer.

Bron: Sharh Loem'atil-I'tiqaad

(1) Voetnoot van de vertaler: Soennah: Hier worden de overleveringen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - mee bedoeld.

(2) Voetnoot van de vertaler: Sallallahoe ‘alayhi wa sallam: De Salaah en Salaam van Allah rusten op hem (dit wordt gezegd na het noemen van de Profeet):

‘Abdoer-Rahmaan ibn Hasan Aal ash-Shaykh zegt in zijn boek "Fath al-Madjied", de uitleg van Kitaab at-Tawhied:

"Het meest correcte wat er is gezegd over de Salaah van Allah over Zijn dienaar is: datgene wat al-Boekhaarie - moge Allah - de Verhevene - hem genadig zijn - heeft genoemd op het gezag van Aboel-‘Aaliyah die zei:"De Salaah van Allah over Zijn dienaar is dat Hij hem aanprijst bij de Engelen." En Ibn al-Qayyim - moge Allah hem genadig zijn en hem bijstaan - bevestigde dit in zijn boeken "Djalaa al-Afhaam" en "Badaa-i' al-Fawaa-id"".

Ibn al-Qayyim zegt in zijn boek "Djalaa al-Afhaam fies-Salaat ‘alaa Khayril-Anaam":

"De Salaam is Allah's bescherming van Zijn Profeet tegen gebreken en tegen elke vorm van kwaad en de bescherming van de Boodschap waarmee hij is toevertrouwd".

(3) Overgeleverd door Moeslim in "Het boek van de woorden van beleefdheid" (5758), hoofdstuk: het verbod op het uitschelden van ad-dahr (de tijd), op het gezag van Aboe Hoerayrah - moge Allah tevreden zijn met hem.

(4) Overgeleverd door al-Boekhaarie in "Het boek van tafsier" (4826), de tafsier van Soerah al-Djaathiyah, Moeslim in "Het boek van de woorden van beleefdheid" (5755), hoofdstuk: het verbod op het uitschelden van ad-dahr (de tijd), Ahmad (2/238, 272) en Aboe Daawoed in "Het boek van de etikette" (5274), hoofdstuk: betreffende de man die ad-dahr (de tijd) uitscheldt, op het gezag van Aboe Hoerayrah - moge Allah tevreden zijn met hem - en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek).

Al-Khattaabie heeft gezegd - over de betekenis van de hadieth: "De betekenis ervan is: Ik ben de Bezitter van de tijd en de Bestuurder van de zaken die ze aan de tijd toeschrijven, dus wie de tijd uitscheldt omdat hij het is die deze zaken uitvoert, dit schelden keert terug naar zijn Heer Die Degene is Die deze zaken uitvoert, want ad-dahr is slechts de tijd aan wie deze zaken worden toegeschreven. En het was hun gewoonte wanneer zij getroffen werden door iets slechts, dat zij dit toeschreven aan de tijd en dan zeiden: Wee de tijd, vervloekt is de tijd."

(5) Overgeleverd door Ahmad (1/391, 452), Aboe Ya'laa, al-Haarith ibn Abie Oesaamah in zijn Moesnad (blz. 251- Zawaa-id), Ibn Hibbaan (972 -Ihsaan), al-Haakim (1/509) van de hadieth van ‘Abdoellah ibn Mas'oed - moge Allah tevreden zijn met hem - en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek) in Silsilatoel-Ahaadieth as-Sahiehah (199).

(6) Overgeleverd door al-Boekhaarie in "Het boek van de smeekbeden" (6410), hoofdstuk: Allah heeft honderd Namen minus één, en Moeslim in "Het boek van de gedachtenis en de smeekbeden (6683), hoofdstuk: de Namen van Allah - de Verhevene - en de voortreffelijkheid van de degene die deze opsomt, van de overlevering van Aboe Hoerayrah.

(7) Voetnoot van de vertaler: D.w.z. dat het een direct extern effect bevat, zoals de Naam "as-Samie'" (de Alhorende) en hoe het anderen beïnvloedt, in dat Allah hen hoort.

(8) Voetnoot van de vertaler: Eigenschappen die betrekking hebben op Zijn Wezen (Dhaat).

(9) Voetnoot van de vertaler: Eigenschappen die betrekking hebben op een daad.

(10) Voetnoot van de vertaler: Tamthiel: Het vergelijken van de Eigenschappen van Allah met de eigenschappen van de schepsels.

(11) Voetnoot van de vertaler: Takyief: Het geven van een hoedanigheid aan de Eigenschappen van Allah.

(12) Voetnoot van de vertaler: Selef: De Vrome Voorgangers, en dat zijn de Sahaabah (de Metgezellen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam), de Taabi'oen (de opvolgers van de Metgezellen), en Atbaa' at-Taabi'ien (de opvolgers van de opvolgers van de Metgezellen), en zij zijn degenen die bedoeld worden in de hadieth overgeleverd door Ibn Mas'oed: de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

"De beste mensen zijn mijn generatie, daarna degenen die hen opvolgen, en daarna degenen die hen opvolgen."

Overgeleverd door al-Boekhaarie (2652) en Moeslim (2533).

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos