Fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah:

Door de nobele Shaykh Al-‘Allaamah Saalih ibn Fawzaan ibn Abdillaah al-Fawzaan.

In de naam van Allah, dé Erbarmer, dé Barmhartige

Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah(1) bewegen zich voort op stevig gegronde en duidelijke fundamenten betreffende hun overtuiging, handelingen en manieren. Deze geweldige fundamenten komen voort uit het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Boodschapper (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) en datgene waar de Voorgangers van deze Oemmah(2) - de Metgezellen, hun opvolgers en degenen die hen volgden op de beste manier, zich op bevonden. Deze fundamenten zijn samengevat in wat volgt:


Het eerste fundament

Het geloof (al-Iemaan) in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, de Laatste Dag en het geloof in de Voorbeschikking: het goede en slechte hiervan.

1. Het geloof in Allah: Dit is de bevestiging van Zijn Heerschappij, Zijn Eenheid in aanbidding en Zijn Namen en Eigenschappen. Hiermee wordt bedoeld: het bevestigen, het overtuigd zijn van, en het handelen naar de drie soorten Eenheid (Tawhied). Deze zijn: Eenheid in de Heerschappij (Tawhied ar-Roeboebiyyah), Eenheid in de Aanbidding (Tawhied al-Oeloehiyyah) en Eenheid in de Namen en Eigenschappen (Tawhied al-Asmaa was-Sifaat).

De betekenis van Tawhied ar-Roeboebiyyah: de Eenheid van Allah in Zijn Handelingen van het Scheppen, Voorzien, Leven geven, Doen sterven, en dat Hij overal de Heer en Koning van is.

De betekenis van Tawhied al-Oeloehiyyah: het één maken van Allah in de handelingen van de dienaren, waarmee zij toenadering tot Hem zoeken, als het gaat om datgene dat Allah heeft voorgeschreven, zoals aanroeping, vrees, hoop, liefde, slachten, geloftes, het zoeken van hulp, het zoeken van bescherming, het zoeken van redding, het gebed, het vasten, de bedevaart, het uitgeven op de weg van Allah en al hetgeen Allah heeft voorgeschreven en bevolen. Zij dienen hierin geen deelgenoten toe te kennen aan Allah: geen Engel, geen Profeet, geen heilige of iets of iemand anders.

En de betekenis van Tawhied al-Asmaa was-Sifaat: het bevestigen van de Namen en Eigenschappen die Allah voor Zichzelf heeft bevestigd of die Zijn Boodschapper (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) voor Hem heeft bevestigd en het ontzeggen van Allah van de gebreken en tekortkomingen waar Hij Zichzelf van heeft ontzegd, of waar Zijn Boodschapper Hem van heeft ontzegd. Dit alles, zonder gelijkenis, vergelijking, verdraaiing van de betekenis, ontkenning en zonder misinterpretatie, zoals de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Niets is aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende.' (Soerah ash-Shoera: 11)

En zoals de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En aan Allah behoren (al) de Meest Schone Namen, roep Hem daar dus mee aan.' (Soerah Al-A'raaf: 180)

2. Het geloof in de Engelen: De betekenis hiervan is het geloven in hun bestaan, dat zij een schepping van de scheppingen van Allah zijn, die Hij geschapen heeft uit licht, voor Zijn aanbidding en het uitvoeren van Zijn bevelen in het universum, zoals de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘...zij zijn slechts geëerde dienaren. Zij spreken niet voordat Hij heeft gesproken en zij handelen naar Zijn bevel.' (Soerah al-Anbiyaa: 26,27).

‘Degene Die de Engelen tot boodschappers met vleugels heeft gemaakt, twee of drie of vier. Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil.' (Soerah Faatir: 1)

3. Het geloof in de Boeken: Dit houdt het geloof in deze Boeken in, het geloof in de leiding en het licht dat zich hierin bevindt en dat Allah deze Boeken heeft neergezonden aan Zijn Boodschappers om de mensen te leiden. De belangrijkste hiervan zijn de drie Boeken: De Thora (at-Tawraah), het Evangelie (al-Indjiel) en de Qor-aan, en de belangrijkste van deze drie is de Edele Qor-aan en deze is het geweldige wonder. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Zeg, als de mensheid en de djinn zich zouden verzamelen om het gelijke van deze Qor'aan voort te brengen, dan zouden zij niet in staat zijn om het gelijke daaraan voort te brengen, zelfs als zij elkaar zouden helpen.' (Soerah al-Israa: 88)

En Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah geloven dat de Qor-aan het Woord van Allah is, neergezonden en niet geschapen, zowel de letters als de betekenissen. Dit is in tegenstelling tot al-Djahmiyyah(3) en al-Moe'tazilah(4), degenen die zeggen dat de Qor-aan in zijn geheel geschapen is, zowel zijn letters als betekenissen. En dit is ook in tegenstelling tot al-Ashaa'irah(5) - en degenen die gelijk aan hen zijn, degenen die zeggen dat de Woorden van Allah de betekenissen zijn, maar dat de letters geschapen zijn. Beide uitspraken zijn vals. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En als iemand van de afgodendienaren jouw bescherming zoekt, schenk hem dan bescherming, opdat hij het Woord van Allah moge horen.' (Soerah at-Tawbah: 6)

‘Zij willen de Woorden van Allah veranderen.' (Soerah al-Fath: 15)

Het is dus het Woord van Allah en niet het woord van een ander dan Hij.

4. Het geloof in de Boodschappers: Dit houdt het geloof in hen allen in, degenen van hen die Allah heeft genoemd en degenen die Hij niet heeft genoemd, van hun eerste tot hun laatste. Hun laatste is onze Profeet Mohammad (moge de beste salaah en salaam op hem en op hen rusten)(6), het geloof in de Boodschappers is een algemeen geloof en het geloof in onze Profeet Mohammad (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) is een specifiek geloof. En de overtuiging dat hij de laatste der Boodschappers is, er is dus geen Profeet na hem. Degene die hier niet overtuigd van is, is een ongelovige. Het geloof in de Boodschappers houdt ook in dat men niet overdrijft of juist onachtzaam is met betrekking tot hen. Dit is in tegenstelling tot de joden en de christenen die de grenzen hebben overschreden en hebben overdreven wat sommige Boodschappers betreft, totdat zij hen tot zonen van Allah hebben gemaakt, zoals de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En de joden zeggen: ‘Oezayr is de zoon van Allah', en de christenen zeggen: ‘De Messias is de zoon van Allah'. (Soerah at-Tawbah: 30)

De Soefiyyah en de filosofen zijn (juist) onachtzaam met betrekking tot de Boodschappers, hebben hen tekort gedaan en hebben hun leiders de voorkeur boven hen gegeven. De afgodendienaren en de afvalligen hebben alle Boodschappers verloochend, de joden hebben ‘Iesaa en Mohammad (moge de salaah en de salaam op hen beiden rusten) verloochend en de christenen hebben Mohammad (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) verloochend. En degene die in sommige van hen gelooft en sommige verloochent is een ongelovige in hen allen. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Voorwaar, degenen die niet geloven in Allah en Zijn Boodschappers en een onderscheid wensen te maken tussen Allah en Zijn Boodschappers, (door in Allah te geloven en niet te geloven in Zijn Boodschappers) zeggende: ‘Wij geloven in sommigen, maar verwerpen anderen', en een weg daartussen wensen te nemen: Zij zijn degenen die waarlijk ongelovigen zijn.' (Soerah an-Nisaa: 150)

En de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Wij maken geen onderscheid tussen Zijn Boodschappers.' (Soerah al-Baqarah: 285)

5. Het geloof in de Laatste Dag: Dit houdt in: het geloof in al datgene waar Allah en Zijn Boodschapper (ons) over hebben geïnformeerd van de bestraffing in het graf en zijn genieting, de Opstanding uit het graf, de Verzameling, de Afrekening, het wegen van de daden, het geven van de boeken in de rechter- of linkerhand, de Siraat(7), het Paradijs, het Vuur en de voorbereiding hiervoor met goede daden, het laten van slechte daden en het berouw tonen hiervoor.

De atheïsten en de afgodendienaren hebben de Laatste Dag verloochend. De joden en de christenen geloven hier niet in met het correcte en vereiste geloof, al geloven zij wel in de gebeurtenis ervan.

‘En zij zeggen: ‘Niemand zal het Paradijs binnentreden, tenzij hij een jood of christen is.' (Soerah al-Baqarah: 111)

‘En zij (de joden) zeggen: ‘Het Vuur zal ons niet raken, behalve voor een beperkt aantal dagen'. (Soerah al-Baqarah: 80)

6. Het geloof in de Voorbeschikking: Dit houdt in: het geloof dat Allah alles wist (en weet): dat wat geweest is en dat wat nog zal plaatsvinden, dat Hij dit in de Lawhoel-Mahfoedh(8) heeft voorbestemd, dat Allah al het goede of slechte, ongeloof en geloof, gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid heeft gewild, voorbestemd en geschapen en dat Hij houdt van gehoorzaamheid en een hekel heeft aan ongehoorzaamheid. En de dienaren hebben macht over hun handelingen en een keuze en wil in datgene wat zij verrichten aan gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid, maar deze is volgend op de Wil van Allah. Dit (deze overtuiging) is in tegenstelling tot al-Djabriyyah, degenen die zeggen dat de dienaar gedwongen is zijn handelingen uit te voeren, en dat hij geen keus. Dit is ook in tegenstelling tot al-Qadariyyah, die zeggen dat de dienaar een afzonderlijke wil heeft en dat hij zijn eigen handeling schept, zonder de Wil van Allah.

En Allah heeft beide groepen weerlegd in Zijn uitspraak:

‘En jullie kunnen niet willen, tenzij Allah wil.' (Soerah at-Takwier: 29)

Hij heeft dus bevestigd dat de dienaar een wil heeft, de extreme Djabriyyah weerleggend, en Hij heeft deze wil volgend gemaakt op Allah's Wil, de ontkennende Qadariyyah weerleggend.

En het geloof in de voorbestemming zorgt ervoor dat de dienaar geduld verkrijgt tijdens rampen en wegblijft bij zondes en fouten, zoals het hem ook stimuleert om daden te verrichten en hem weghoudt van zwakheid, angst en luiheid.



Het tweede fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort dat het geloof (al-Iemaan) bestaat uit woorden, daden en overtuiging. Het neemt toe door gehoorzaamheid en het neemt af door ongehoorzaamheid. Al-Iemaan bestaat dus niet uit woorden en daden zonder zijn overtuiging, dit is namelijk het geloof van de hypocrieten. Het (Al-Iemaan) is ook niet alleen de kennis zonder woord en daad, want dit is het geloof van de ontkennende ongelovigen. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En zij ontkenden ze (de Tekenen) onterecht en hoogmoedig, hoewel zij er zelf overtuigd van waren' (Soerah an-Naml: 14)

En de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Jij bent het niet die zij loochenen, maar het zijn de Verzen (de Qor'aan) van Allah die de onrechtvaardigen ontkennen' (Soerah al-An'aam: 33)

En de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En ‘Aad en Thamoed! En voorwaar, (hun vernietiging) is duidelijk zichtbaar voor jullie in hun (geruïneerde) verblijfplaatsen. De Satan deed voor hen hun daden schoon schijnen en hij heeft hen doen wegkeren van het (Rechte) Pad, hoewel zij inzicht hadden (van de Waarheid).' (Soerah al-'Ankaboet: 38)

En Al-Iemaan bestaat niet slechts uit overtuiging of uit uitspraak en overtuiging zonder daad, want dit is het geloof van de Moerdji-ah. Allah, de Meest Verhevene, noemt de daden heel vaak 'Iemaan'. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die, als Allah genoemd wordt, een angst in hun harten voelen en als Zijn Verzen aan hen worden voorgedragen, laten deze hen in geloof toenemen; en op hun Heer stellen zij hun vertrouwen. Degenen die het gebed verrichten en uitgeven van datgene waar Wij hen van hebben voorzien. Zij zijn degenen die waarlijk gelovigen zijn.' (Soerah al-Anfaal: 2-4)

En de Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En Allah zou jullie geloof nooit verloren doen gaan' (Soerah al-Baqarah: 143)

Hiermee wordt bedoeld: jullie gebed richting Bait al-Maqdis (Jeruzalem), Hij heeft het gebed 'Iemaan' genoemd.


Het derde fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort dat zij geen enkele moslim tot ongelovige verklaren, behalve als hij een Naaqid van de Nawaaqid(9) van de Islaam heeft begaan. Maar wat betreft datgene dat tot de grote zondes behoort, die lager zijn dan Shirk(10) en waarvan het bewijs niet wijst op het ongeloof van degene die dit begaat - zoals het verlaten van het gebed uit luiheid, zij oordelen niet dat degene die deze (de grote zonden) begaat ongelovig is. Zij oordelen wel dat hij Fisq(11) en een tekort aan geloof heeft. Als hij hier geen berouw voor verricht, dan is hij onder de Wil (van Allah), als Allah wenst vergeeft Hij hem en als Hij wenst bestraft Hij hem, maar hij zal niet voor eeuwig in het Vuur verblijven. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Voorwaar, Allah vergeeft niet dat er deelgenoten aan Hem worden toegekend, maar buiten dat vergeeft Hij wie Hij wil.' (Soerah an-Nisaa: 48)

Het geloof van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah hierin is een middenweg tussen de Khawaaridj, die degene die een grote zonde begaat tot ongelovige verklaren - zelfs als deze zonde geen ongeloof is - en tussen de Moerdji-ah, degenen die zeggen dat deze persoon een gelovige is met een volmaakt geloof. Zij zeggen ook: ongehoorzaamheid, terwijl men geloof bezit, schaadt niet, net zoals gehoorzaamheid, terwijl men ongeloof bezit, niet baat.


Het vierde fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort (dat zij geloven dat het een) verplichting is om de gezaghebbers van de moslims te gehoorzamen, zolang zij niet bevelen om een zonde te begaan. Als zij dan een zonde bevelen is gehoorzaamheid aan hen hierin niet toegestaan en het gehoorzamen van hen in het goede in andere zaken blijft, handelend naar de Uitspraak van de Meest Verhevene:

'O jullie die geloven, gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en degenen onder jullie die het gezag in handen hebben' (Soerah an-Nisaa: 59)

En de uitspraak van de Profeet (sallallahoe 'alayhi wa sallam):

'Ik adviseer jullie om Allah te vrezen en om te luisteren én te gehoorzamen, ook al neemt een slaaf de leiding over jullie.'

En zij zijn van mening dat ongehoorzaamheid aan de moslimbevelhebber (Amier) ongehoorzaamheid aan de Boodschapper is, handelend naar zijn (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) uitspraak:

'Degene die de Amier gehoorzaamt, is mij gehoorzaam geweest en degene die de Amier ongehoorzaam is, is mij ongehoorzaam geweest.' (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim).

Zij zijn ook van mening dat het gebed achter hen verricht dient te worden, de Djihaad(12) met hen gestreden moet worden, de smeekbede voor hun deugdzaamheid en rechtschapenheid verricht dient te worden en advies aan hen gegeven moet worden.


Het vijfde fundament

Tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort ook het verbod op het in opstand komen tegen de gezaghebbers van de moslims als zij iets doen wat strijdig is (met de Islaam), uitgezonderd ongeloof. Dit vanwege het bevel van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) op hun gehoorzaamheid in alles wat geen zonde is, zolang zij geen duidelijk ongeloof begaan. Dit is in tegenstelling tot Al-Moe'tazilah, degenen die het verplicht maken om te rebelleren tegen de leiders als zij iets van de grote zondes hebben begaan, zelfs als dit geen ongeloof is. En zij zien dit als het gebod op het goede en het verbod op het slechte. In werkelijkheid is deze daad van de Moe'tazilah de grootste slechtheid, vanwege de geweldige gevaren van de chaos, het verderf van de zaak, de onenigheid in het woord en de macht van de vijanden over hen die hier een gevolg van zijn.


Het zesde fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort dat hun harten en tongen vrij zijn van (het slecht praten over) de metgezellen van de Boodschapper van Allah, zoals Allah hen heeft beschreven in Zijn Uitspraak, toen Hij de Moehaadjiroen en de Ansaar(13) noemde en hen prees.

De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘En degenen die na hen kwamen, zeggen: ‘Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons zijn voorafgegaan in het geloof en plaats geen haat in onze harten voor degenen die geloven. Onze Heer! Voorwaar, U bent Zachtmoedig, Meest Barmhartig.' (Soerah al-Hashr: 10)

En handelend naar de uitspraak van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam):

‘Beledig mijn Metgezellen niet, want bij Degene in Wiens Hand mijn ziel zich bevindt, als iemand van jullie een hoeveelheid goud (in liefdadigheid) zou uitgeven die gelijk is aan (de berg) Oehoed, dan zou dit niet een handvol van één van hen bereiken, noch de helft daarvan.' (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim)

Dit is in tegenstelling tot de innovators van Ar-Raafidah en de Khawaaridj, degenen die de Metgezellen beledigen en hun deugden ontkennen. Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah zijn van mening dat de kalief na de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) Aboe Bakr is, dan ‘Oemar, dan ‘Oethmaan en dan ‘Alie, moge Allah met hen allen tevreden zijn. Degene die het kalifaat van één van hen dus betwist, is nog verder afgedwaald dan de ezel van zijn familie, omdat hij strijdig is met de teksten(14) en de consensus over het kalifaat van deze (Metgezellen), in deze volgorde.

Het zevende fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort het liefhebben van de mensen van het huishouden van de Boodschapper van Allah (Ahloe bayti Rasoelil-Laah) en de getrouwheid aan hen, handelend naar het advies van de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) in zijn uitspraak:

‘Ik herinner jullie aan Allah wat de mensen van mijn huishouden betreft.' (Overgeleverd door Moeslim, Imaam Ahmad en Ibn Abie ‘Aasim in Kitaab as-Soennah)

Tot de mensen van zijn huishouden behoren zijn echtgenotes, de moeders van de gelovigen (moge Allah tevreden met hen zijn). Allah, de Meest Verhevene, heeft namelijk gezegd, nadat Hij hen aangesproken had met zijn uitspraak: ‘O vrouwen van de Profeet' en nadat hij adviezen aan hen had gericht en hen de geweldige beloning had beloofd:

‘Voorwaar, Allah wenst slechts om ar-Ridjs (slechte daden en zondes) van jullie weg te nemen, O leden van de familie (van de Profeet), en om jullie te zuiveren met een volmaakte zuivering.' (Soerah al-Ahzaab: 33)

De oorsprong in Ahl al-Bayt is dat zij de verwanten van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) zijn en hier worden alleen de vromen van hen mee bedoeld. Wat betreft zijn verwanten die niet vroom zijn, zij hebben het recht niet, zoals zijn oom Aboe Lahab en degenen zoals hij. De Meest Verhevene heeft gezegd:

‘Vernietigd zijn de twee handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij!' (Soerah al-Masad: 1)

Alleen het verwant zijn aan de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) zonder dat men deugdzaam is in zijn religie, zal niet van nut zijn bij Allah. De Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) heeft gezegd:

‘O Quraish! Koop jezelf vrij, ik kan jullie niet redden van Allah. O ‘Abbaas, oom van de Boodschapper van Allah, ik kan jou niet redden van Allah. O Safiyyah, tante van de Boodschapper van Allah, ik kan jou niet redden van Allah. O Faatimah, dochter van Mohammad, vraag mij van mijn bezit wat jij wil, ik kan jou niet redden van Allah.' (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim)

En de vrome verwanten van de Boodschapper (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) hebben het recht over ons dat wij hen eren, van hen houden en hen respecteren. Het is voor ons niet toegestaan om in hen te overdrijven door toenadering tot hen te zoeken door middel van iets van aanbidding of door er overtuigd van te zijn dat zij ons kunnen schaden of baten buiten Allah. Dit, omdat Allah tegen Zijn Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) zegt:

‘Zeg: ‘Het ligt niet in mijn vermogen om jullie te schaden of te leiden naar het Rechte Pad.' (Soerah al-Djinn: 21)

‘Zeg: Ik heb geen macht om voor mijzelf iets van nut te verwerven of schade af te wenden, behalve wat Allah wil. En als ik kennis had van het ongeziene, dan zou ik waarlijk het goede vermeerderd hebben en zou geen kwaad mij hebben getroffen.' (Soerah al-A'raaf: 188)

Als de Boodschapper (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) zich al in deze positie bevindt, hoe zit het dan met anderen dan hij? Datgene wat sommige mensen geloven over degenen die zich toeschrijven aan de verwantschap van de Boodschapper is dus een valse overtuiging.


Het achtste fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah behoort dat zij geloven in de wonderen van de Awliyaa (geliefden van Allah), en dit zijn de bovennatuurlijke zaken die Allah via sommigen van hen laat gebeuren, als een eer voor hen, zoals het Boek en de Soennah dit hebben bewezen. En al-Moe'tazilah en al-Djahmiyyah hebben het plaatsvinden van de wonderen ontkent en dit is een ontkenning van een gebeurde en bekende zaak. Maar het is nodig voor ons om te weten dat er in onze tijd mensen zijn die afgedwaald zijn in het onderwerp van de wonderen en hierin hebben overdreven, totdat er zelfs datgene van magie, handelingen van tovenarij, duivels en valse profeten in is terechtgekomen wat er niet bij hoort. Het duidelijke verschil tussen het wonder en de magie is dat het wonder datgene is dat plaatsvindt via de vrome dienaren van Allah en dat magie datgene is dat plaatsvindt via tovenaars, ongelovigen en afvalligen met de bedoeling om de schepping af te laten dwalen en hun bezit in beslag te nemen. En de oorzaak van de wonderen is gehoorzaamheid en de oorzaak van magie is ongeloof en ongehoorzaamheid.


Het negende fundament

En tot de fundamenten van Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah in de bewijsvoering, behoort dat zij datgene volgen dat in het Boek van Allah staat of in de Soennah van de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), innerlijk en uiterlijk. Ook volgen zij datgene waar de Metgezellen van onder de Moehaadjiroen en de Ansaar zich op bevonden in het algemeen en datgene waar de Rechtgeleide Kaliefen zich op bevonden specifiek. Dit is omdat de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) dit heeft bevolen in zijn uitspraak:

‘Jullie dienen je te houden aan mijn Soennah en aan de Soennah van de Rechtgeleide Kaliefen.'

En zij geven geen voorrang aan de woorden van één van de mensen boven de woorden van Allah en Zijn Boodschapper. Om deze reden worden zij ook ‘de mensen van het Boek en de Soennah' genoemd. En nadat zij hebben genomen van het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), nemen zij van datgene waar de geleerden van de Moslimgemeenschap het allemaal over eens zijn. Dit is het derde fundament waar zij op steunen na de eerste twee fundamenten: het Boek en de Soennah. En datgene waarover de mensen van mening verschillen, dat verwijzen zij terug naar het Boek en de Soennah, handelend naar de uitspraak van de Meest Verhevene:

‘En als jullie ergens van mening over verschillen, leg het dan voor aan Allah en de Boodschapper, indien jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. Dat is beter en een gepastere afsluiting.' (Soerah an-Nisaa: 59)

Zij zijn er dus niet van overtuigd dat iemand anders dan de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) onfeilbaar is en zij houden niet dwepend vast aan de mening van iemand, totdat dit in overeenstemming is met het Boek en de Soennah. Zij zijn er ook van overtuigd dat de Moedjtahid(15) fouten kan maken en het goed kan hebben. Ook laten zij het niet toe dat iemand Idjtihaad(16) verricht, behalve als hij voldoet aan de voorwaarden die bekend zijn bij de mensen van de kennis. Zij hebben geen verwerping in de zaken van toegestane Idjtihaad. Daarom heeft een meningsverschil in zaken van Idjtihaad bij hen logischerwijs geen vijandschap en het boycotten van elkaar tot gevolg, zoals de fanatiekelingen en de mensen van innovaties dit doen. Zij houden juist van elkaar, zij nemen elkaar tot vrienden en zij bidden achter elkaar, zelfs als zij van mening verschillen in sommige aftakkingen. Dit in tegenstelling tot de mensen van innovaties, want zij nemen degenen die het niet met hen eens zijn tot vijanden en verklaren hen tot dwalenden of ongelovigen.


Bron: Min Oesoeli Ahlis-Soennati wal-Djamaa'ah
Voetnoten:

(1) Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah zijn degenen die zich vasthouden aan de weg van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) en zijn Metgezellen. Letterlijk betekent het: ‘De mensen van de Soennah en de Groep.'

(2) Oemmah: Moslimgemeenschap

(3) al-Djahmiyyah: Eén van de dwalende groeperingen, vernoemd naar Djahm ibn Safwaan (121 H). Hun methodiek betreffende de Eigenschappen van Allah is het verwerpen en het ontkennen, betreffende de Voorbeschikking hangen ze het idee van al-Djabr (de opvatting dat de dienaar gedwongen wordt tot zijn daden en daarin geen keus heeft) aan en betreffende al-Iemaan (het Geloof) het idee van al-Irdjaa (de opvatting dat al-Iemaan enkel het erkennen met het hart inhoudt, en dat de uitspraken en de handelingen niet tot al-Iemaan behoren). De verrichter van een grote zonde is bij hen dan ook een gelovige met een volmaakt geloof (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).

(4) al-Moe'tazilah: Eén van de dwalende groeperingen, vernoemd naar Waasil ibn ‘Ataa die zich afzonderde (i'tazala) van de bijeenkomst van al-Hasan al-Basrie, nadat hij (Waasil) verklaarde dat de grote zondaar zich in een positie tussen de twee posities bevindt - geen gelovige en geen ongelovige - en dat hij voor eeuwig in het Vuur zal zijn. Hij werd daarin opgevolgd door ‘Amr ibn ‘Oebayd. Hun methodiek betreffende de Eigenschappen van Allah is het verwerpen, zoals al-Djahmiyyah, en betreffende de Voorbeschikking zijn zij Qadariyyah: zij ontkennen dat de daden van de dienaar in verband staan met de Lotsbepaling en Voorbeschikking van Allah. En betreffende de verrichter van een grote zonde dat hij voor eeuwig in het Vuur zit, uit al-Iemaan is getreden en zich in een positie tussen de twee posities - geloof en ongeloof - bevindt. Zij zijn het tegenovergestelde van al-Djahmiyyah in deze twee fundamenten (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).

(5) al-Ashaa'irah: Eén van de dwalende groeperingen, vernoemd naar Aboel-Hasan ‘Alie ibn Ismaa'iel al-Ash'arie. Aanvankelijk neigde hij tot de methodiek van al-Moe'tazilah, totdat hij de leeftijd van veertig bereikte. Daarna verkondigde hij openlijk zijn berouw daarvoor, maakte de valsheid van de methodiek van al-Moe'tazilah duidelijk en hield vast aan de methodiek van Ahloes-Soennah - moge Allah hem genadig zijn. Maar wat degenen betreft die zich aan hem toeschrijven, zij zijn op een specifieke methodiek gebleven, die bekend staat als de methodiek van al-Ash'ariyyah. Zij bevestigen slechts zeven van de Eigenschappen van Allah en beweren dat het verstand hierop wijst, en van de rest van de Eigenschappen verdraaien ze de betekenis en interpreteren deze op een foutieve manier. De zeven Eigenschappen die zij bevestigen worden in dit vers genoemd:

Levend, Alwetend, Almachtig en het Spreken behoort Hem toe. De Wil en ook het Horen en het Zien

En zij bezitten ook nog over andere innovaties betreffende de betekenis van het Spreken, de Voorbeschikking en andere zaken (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).

(6) Moge de Salaah en Salaam op hem rusten (dit wordt gezegd na het noemen van een Profeet): ‘Abdoer-Rahmaan ibn Hasan Aal ash-Shaykh zegt in zijn boek "Fath al-Madjied", de uitleg van Kitaab at-Tawhied:

"Het meest correcte wat er is gezegd over de Salaah van Allah over Zijn dienaar is: datgene wat al-Boekhaarie - moge Allah - de Verhevene - hem genadig zijn - heeft genoemd op het gezag van Aboel-‘Aaliyah die zei:"De Salaah van Allah over Zijn dienaar is dat Hij hem aanprijst bij de Engelen." En Ibn al-Qayyim - moge Allah hem genadig zijn en hem bijstaan - bevestigde dit in zijn boeken "Djalaa al-Afhaam" en "Badaa-i' al-Fawaa-id"".
Ibn al-Qayyim zegt in zijn boek "Djalaa al-Afhaam fies-Salaat ‘alaa Khayril-Anaam":

"De Salaam is Allah's bescherming van Zijn Profeet tegen gebreken en tegen elke vorm van kwaad en de bescherming van de Boodschap waarmee hij is toevertrouwd".

(7) Siraat: De Brug die boven de Hel gespannen zal worden en die iedereen zal moeten oversteken om het Paradijs te kunnen bereiken (voor meer informatie over de Siraat: zie het artikel ‘de Siraat' op


(8) al-Lawhoel-Mahfoedh (het Welbewaarde Paneel): Dit is een Boek waar Allah 50.000 jaar vóór de Schepping in heeft laten schrijven wat er allemaal zal gebeuren. Voor een uitgebreide uitleg hierover: zie de tafsier (uitleg) van Soerah al-Hadied, aayah 22.

(9) Een Naaqid (mv. Nawaaqid) is datgene waar men zijn Islaam mee vernietigt.

(10) Shirk: Het toekennen van deelgenoten aan Allah in de aanbidding.

(11) Al-Fisq is het verlaten van gehoorzaamheid aan Allah. Iemand is een Faasiq als die persoon een grote zonde begaat, zoals overspel. Ibn Mandhoor (moge Allah hem genadig zijn) definieert deze term in Lisaan al-‘Arab als volgt: ‘Ongehoorzaamheid en het nalaten van het bevel van Allah en een vorm van het verlaten van de weg van de waarheid.'

(12) Djihaad: Het strijden op de weg van Allah, of elke andere inspanning om het Woord van Allah superieur te maken.

(13) De Moehaadjiroen en de Ansaar zijn letterlijk vertaald: de Emigranten en de Helpers. Met de Emigranten worden degenen bedoeld die geëmigreerd zijn naar Medienah toen zij daar bevel voor kregen en de Helpers zijn de inwoners van Medienah die hen toen opgevangen hebben op de beste manier.

(14) De teksten van de Qor'aan en Soennah.

(15) Moedjtahid: Geleerde die bevoegd is om Idjtihaad te verrichten.

(16) Idjtihaad: Het verrichten van inspanningen door een geleerde om tot een oordeel te komen betreffende een religieus vraagstuk.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos