De status van Laa ilaaha illa Allaah.

De meest belangrijke en grootste is, de getuigenis dat niets of niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah.

Voor het getuigen van Laa ilaaha illa Allaah is het noodzakelijk om Allaah enkel en alléén oprecht te aanbidden, en de aanbidding van wat dan ook te laten. Dit is de betekenis [van Laa ilaaha illa Allaah], niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Allaah. Vandaar dat datgene dat aanbeden wordt naast Allaah, of het nu een mens is, een engel, een djinn of wat dan ook, vals en ongeldig is. Waarlijk, de Enige Die het waard is om werkelijk en rechtmatig aanbeden te worden is Allaah alléén. Hij Ta’ala zegt,

Dat is omdat Allaah de Waarheid is [de enige Ware Ilaah van alles wat bestaat, Die geen partners of rivalen met Hem heeft] en wat zij [de veelgoden–dienaren] aanroepen naast Hem is valsheid. (Soerah al-Hadj (22): 62)

Er is al eerder vermeld dat Allaah Ta’ala de mensen en de djinn geschapen heeft voor dit grootse doel [i.e. het aanbidden van Allaah alléén] en hen bevolen heeft om zich daaraan te houden. Het is om deze reden dat Hij Zijn Boodschappers heeft gezonden en Zijn Boeken heeft geopenbaard. Dus overweeg dit goed en denk er veelvuldig over na zodat het duidelijk moge worden voor u; en dat u [het bedrog] moge realiseren waarin vele moslims gevallen zijn door hun grote onwetendheid omtrent dit principe – tot op een hoogte dat zij anderen aanbidden naast Allaah! Zij hebben anderen de rechten gegeven die alléén voor Allaah bestemd zijn – Allaah is de Bron waarbij hulp gezocht moet worden!

De kennis van at-Tauwhied vormt de meest nobele kennis, van de meest grootste waarde en noodzakelijkste kennis, omdat het de kennis Allaah, Zijn Namen, Eigenschappen, en Zijn rechten op Zijn dienaren is. En deze kennis vormt de sleutel tot de weg naar Allaah, en het is het fundament voor Zijn wetgeving. Dit is ook wat de Boodschappers een unanieme eensgezindheid over hadden, om daartoe uit te nodigen. Allaah Ta’ala zegt:

“En Wij zonden geen Boodschapper voor jou (O Mohammed), behalve dat Wij aan hem openbaarden (zeggende): La ilaha illa Ana [niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden alleen ik (Allaah)], dus aanbidt Mij daarom (alleen en geen ander).” (Soerat Al-Anbieyaa 21, 25)

En Allaah heeft voor zichzelf getuigd voor al-Wahdanieyah Ook de engelen en mensen van kennis getuigen voor Zijn Wahdanieyah: “Allaah getuigt dat La ilaaha illa Hoewa (niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij), en (ook) de Engelen, en de bezitters van kennis (getuigen dit ook); (Hij houdt altijd) zijn schepping in rechtvaardigheid. La ilaaha illa Hoewa, de Almachtige, de Alwijze.” (Soerat Aal-‘Imraan 3, 18)

Gegeven deze erkenning van de status van at-Tauwhied, is het daarom een plicht voor elke moslim om juist aan deze kwestie aandacht te besteden door het te leren, onderwijzen, begrijpen, en er in te geloven, zodat hij zijn Dien op een solide fundament kan bouwen, in de meest rustige gemoedstoestand en onderwerping dat hem de juiste vruchten en resultaten zal doen opleveren.

Het is het geloof dat Allaah de Enige Ware Ilaah (God) is die geen partner of deelgenoot heeft. De Ilaah betekent de Al-Ma’looh oftewel Al-Ma’bood (de aanbedene), de enige ware God die het verdient om aanbeden te worden uit liefde en verheerlijking. Allaah zegt: "En jullie Ilaah is één Ilaah, La ilaaha illa Hoewa (Niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden alleen Allaah), Ar-Rahmaan (Wiens Barmhartigheid alle dingen omvat), de Meest Genadige." (Soerat Al-Baqarah 2:163)

Al hetgeen dat als een Ilaah wordt genomen buiten Allaah als een godheid, de Oeloehieyah daarvan is vals. Allaah zegt: “Dat is omdat Allaah de Waarheid is ( de enige Ware God van alles dat bestaat, Die geen deelgenoot of rivalen heeft), en degenen die zij (de polytheïsten) naast Hem aanroepen – is slechts Baatil (nutteloze valsheid). En waarlijk, Allaah is de Allerhoogste, Allergrootste.” ( Soerat Al-Hadj 22:62)

Dat ze Aaliha (godheden) worden genoemd geeft hen geen recht van Oeloehieyah. Allaah zegt, beschrijvende de heidense godheden als Al-Laat, Al-‘Uzzaa, en Mennaat dat: “Het zijn slechts namen die jullie zo genaamd hebben, -jullie en jullie vaders, -voor hetgeen Allaah geen toestemming heeft nedergezonden. ” ( Soerat An-Najm53:23)

Hij (Allaah) vertelt ons ook dat Yoesoef tegen zijn twee gevangenisgenoten gezegd heeft: “O mijn twee gevangenisgenoten! Zijn vele heren (arbaab i.e goden) beter of Allaah, de Ene, al-Qahhaar? Jullie aanbidden naast hem slechts namen die jullie genaamd (verzonnen) hebben waarvoor Allaah geen gezag heeft nedergezonden. ” (Soerat Yoessoef 12:39-40)

Om deze reden hebben de Boodschappers, moge de Salaat en Salaam van Allaah met hen zijn, steeds tegen hun respectievelijke volkeren gezegd: “Aanbid Allaah! Jullie hebben geen andere Ilaah (godheid) dan Hem.” (Soerat. 7: 59, 60, 73,85; 11: 50, 61, 84; 23:23, 32)

De Moeshrikien, echter, weigerden, en plaatsten deelgenoten als rivalen naast Allaah, om ze te aanbidden buiten Allaah, hun hulp en steun zoekende. Allaah maakte hun handelingen teniet middels twee bewijzen:

Ten eerste: Er is geen Goddelijke Kwaliteit in de godheden die zij naast Allaah aanbeden. Deze godheden zijn geschapen en kunnen niet scheppen en noch voorzien zij hun aanbidders van nut, noch kunnen zij kwaad van hen weren; ze kunnen noch leven schenken, noch kunnen zij dood veroorzaken; ze bezitten niets van de hemelen en hebben er geen aandeel in. Allaah zegt: “Ze hebben naast Allaah godheden genomen die niets hebben geschapen maar zelf geschapen zijn, en ze bezitten noch kwaad en noch zijn zij van voordeel voor zich zelf, noch om leven (te geven), noch om de doden te doen herrijzen.” (Soerat Al-Foerqaan 25:30)

Allaah zegt ook: “Zeg: (O Mohammed tegen die polytheïsten, heidenen, etc) “Roep diegenen aan die jullie als deelgenoten beschouwen naast Allaah, zij beschikken niet eens over het gewicht van een molecule, noch in de hemelen noch op aarde, noch hebben zij een aandeel in beide, noch is er een helper voor Hem van onder hen. En intercessie bij Hem heeft geen nut, behalve voor wie Hij dat toestaat. ” (Soerat Sabaa’34: 22-23)

En Allaah zegt: “Maken zij deelgenoten die niet kunnen scheppen maar zelf zijn geschapen? Geen hulp kunnen ze hen geven, noch kunnen ze zichzelf helpen.” (Soerat Al-A’raaf 7:191-192)

Als dit de situatie is met die goden, om ze daarom te aanbidden naast Allaah is dat het uiterste van dwaasheid en valsheid.

Ten tweede: Die Moeshrikien waren gewend toe te geven dat Allaah Ar-Rabb (de Heer) Al-Chaaliq (de Schepper) is in Wiens Hand de Souvereiniteit van alles is en Hij Degene is Die (alles) beschermt, terwijl tegen Hem geen beschermer is. Deze bekentenis zou het noodzakelijk moeten hebben gemaakt dat Hij de Enige Ilaah is die het waardig is om aanbeden te worden (Oeloehieyah) zoals zij met Zijn Roeboebieyah gedaan hebben (toen ze Hem als hun enige ware Heer genomen hadden).

Wat dit betreft zegt Allaah: “O Mensheid! Aanbid jullie Heer (Allaah), Degene Die jullie geschapen heeft en degenen voor jullie omdat jullie Moettaqoen (Godsvreesenden) worden. Degene die jullie de aarde als een rustplaats heeft gemaakt en de hemel als een gewelf, en regen vanuit de hemel nederzendt en daarmee vruchten als een voorziening verschaft. Zet daarom geen deelgenoten tegen Allaah op (in aanbidding) terwijl jullie het weten (dat Hij de Enige is die het recht heeft om aanbeden te worden).” (Soerat Al-Baqarah 2:21-22)

Hij zegt ook: “En als je hen vraagt wie hen geschapen heeft, zij zullen zeker zeggen: “Allaah”. Hoe zijn zij dan afgedwaald (van de aanbidding van Allaah die hen geschapen heeft)?” (Soerat Az-Zoekhroef 43:87)

En Hij zegt ook: “Zeg: Wie verschaft voor jullie vanuit de hemelen en van de aarde? Of Wie bezit het gehoor en het zien? En Wie brengt de doden vanuit de levenden voort en de levenden vanuit de doden? En Wie regelt de zaken? Zij zullen zeggen: “Allaah.” Hebben jullie dan geen vrees voor de bestraffing van Allaah (door iets of iemand anders te aanbidden dan Allaah)?” Dat is Allaah, jullie Heer, in waarheid. Dus wat is er buiten de Waarheid, (dat overblijft) dan dwaling? Dus, hoe hebben jullie je dan afgewend?” (Soerat Yoenoes 10:31-32)

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos