De Aqiedah van al-Boechaarie.

De geloofsovertuiging van Abie `Abdillaah Mohammed bin Ismaa`iel al-Boechaarie omtrent een groep van de Selef van wie hij overlevert.

Door al-Iemaam al-Laalekaa'ie.

320 - Er is ons overgeleverd door Ahmed bin Mohammed bin Hafs al-Harawie, hij zei; er is ons verteld door Mohammed bin Ahmed bin Mohammed bin Salamah, hij zei; er is ons verteld door Aboe al-Hoesayn Mohammed bin `Imraan bin Moesaa al-Jarjaanie, hij zei; ik hoorde Abaa Mohammed `Abdoerrahmane bin Mohammed bin ‘Abdoerrahmane al-Boechaarie – te Shaash- zeggen; ik hoorde Abaa`Abdillaah Mohammed bin Ismaa`iel al-Boechaarie zeggen:


Ik heb meer dan duizend mensen van de kennis ontmoet vanuit, al-Hidjaaz, Mekkah, al-Medienah, al-Koefah, al-Basrah, Waasit, Bagdaad, ash-Shaam en Egypte ... Ik heb niemand van hen zien geschillen in de volgende zaken:

- Dat de religie uitspraak en handeling is, en dat is vanwege de Uitspraak van Allaah:


En zij werden slechts bevolen om Allaah te aanbidden, oprecht zijnde in gehoorzaamheid jegens Hem, oprecht het gebed te onderhouden en de Zakaat te betalen. Dat is de ware Religie. [Soerah al-Bayyinah (98):5]

- Dat de Qor'aan het Woord van Allaah is en niet geschapen, vanwege Zijn Uitspraak:

Voorzeker, uw Heer is Allaah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep; vervolgens steeg Hij over de Troon. Hij doet de nacht de dag bedekken, die hem snel opvolgt. De zon en de maan en de sterren zijn door Zijn gebod in dienst gesteld. [Soerah al-A’raaf (7): 54]

Aboe ‘Abdillaah Mohammed bin Ismaa`iel (al-Boechaarie) zei: Ibn `Oeyaynah heeft gezegd: Hij heeft het verschil laten zien tussen al-Galq (scheppen) en al-Amr (gebod) vanwege Zijn uitspraak:

Voorwaar, aan Hem is het scheppen en het gebod. Gezegend is Allaah, de Heer der Werelden. [Soerah al-A’raaf (7): 54]

- Dat zowel het goede als het slechte (gebeurd) met de voorbeschikking (al Qadr), vanwege Zijn Uitspraak:

Zeg: "Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad. Tegen het kwade van wat Hij heeft geschapen." [Soerah al-Falaq (113): 1, 2]

En Zijn Uitspraak:

En Allaah heeft jullie en jullie daden geschapen. [Soerah as-Saaffaat (37): 96]

En Zijn Uitspraak:

Voorwaar, Wij hebben alles met voorbeschikking geschapen. [Soerah al-Qamar (54): 49]

- Zij verklaarden niemand van Ahl al-Qiblah (moslims) tot ongelovigen aan de hand van zonden, vanwege Zijn Uitspraak:

Waarlijk, Allaah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar daarnaast vergeeft hij wie Hij wilt. [Soerah an-Nisaa' (4): 48]

- Ik heb niemand van hen gezien die slecht spreekt over de Metgezellen van Mohammed `Aa'ishah heeft gezegd: Zij werden bevolen om vergeving voor hen te vragen, en dat is Zijn uitspraak:

Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt inderdaad Liefderijk, Genadevol. [Soerah al-Hashr (59): 10]

- Zij verboden innovaties, waar de Profeet en zijn Metgezellen niet op zaten. Vanwege Zijnuitspraak:

En houdt jullie alleen vast aan het touw van Allaah en wees niet verdeeld. [Soerah Aale `Imraan (3): 103]

En vanwege Zijn uitspraak:

En wanneer jullie hem gehoorzamen zullen jullie leiding verkrijgen. [Soerah an-Noer (24): 54]

- Zij spoorden aan tot datgene waar de Profeet en zijn volgelingen op zaten, vanwege Zijn uitspraak:

En dit is mijn rechte pad volg deze en volg geen andere wegen opdat zij jullie niet afsplitst van mijn weg. Hiertoe vermaant Hij jullie, hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen. [Soerah al-An’aam (6): 153]

- Dat we niet redetwisten met de gezaghebbers over het bevel, vanwege de uitspraak van de Profeet:

Er zijn drie zaken waartoe het hart van een moslim nooit haat laat zien; Het verrichten van daden oprecht omwille van Allaah, de leiders gehoorzamen en het vasthouden aan hun groep (jamaa`ah) want voorwaar, hun aanroeping omvat diegenen die onder hen zijn (diegene waarover zij regeren). (
Deze hadieth is overgeleverd van een groep van de Metgezellen. Zie Soenan at-Tirmidhie (2658), al-Moesnad (4/80, 82, 183), Jaami` al-Oesoel (1/265), Majma` az-Zawaa'id (1/137-139).

En dit is bevestigd in Zijn uitspraak:

Gehoorzaam Allaah en gehoorzaam zijn boodschapper en diegenen onder jullie die het gezag in handen hebben. [Soerah an-Nisaa' (4): 59]

- Dat het niet als geoorloofd wordt gezien dat het zwaard wordt geheven tegen de Oemmah (gemeenschap) van Mohammed.

Al-Foedail (ibn `Iyaad) heeft gezegd: "Als ik een smeekgebed zou hebben die (zeker) geaccepteerd zou worden, dan zou ik die niet verrichten, behalve voor de gezaghebber (Iemaam), want wanneer de leider geleid wordt dan betekent dat veiligheid voor het land en het volk."

Ibn al-Moebaarak zei: "O onderwijzer van het goede, wie zou dit nog meer aandurven behalve jij."

Bron: Sharh Oesoel al-I`tiqaad van al-Iemaam al-Laalakaa'ie Dl. Blz. 172 – 176 [Tahqieq Dr. Ahmed Sa`d Hamdaan]Vertaald door: Aboe 'Obaydirahmane Mohammed al- Maghribie.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos